dinsdag 14 mei 2013

'Bloggen als een pro': bepaal (en behaal) je eigen succes

Bloggen als een pro van Elja Daae is een lichtvoetig, informatief en vooral ook inspirerend boek. Je leest het in een uur, en het vertelt je een heleboel over succesvol bloggen.

Voordat je haren overeind gaan staan en je sputtert dat je helemaal niet ambitieus bent maar dat je vooral wilt doen wat je leuk vindt: spot on. Dat is precies wat Elja in haar eerste hoofdstukken al vooropstelt: wat succes is, definieer jijzelf. Voor de een is dat een goede boterham verdienen met haar blog, een ander wil alles weten en delen over zijn zeldzame hobby (of huisdier of muziekgenre of culinaire traditie) en de derde wil haar blog zakelijk gebruiken om haar bedrijf in de schijnwerpers te zetten.

Maar hoe dan ook, zegt Elja Daae, wil iedere blogger uiteindelijk twee dingen: behoorlijke bezoekersaantallen én andere meetbare resultaten (inkomsten, donaties voor een goed doel, handtekeningen onder een petitie, awareness/discussie over een thema, etc.). En met dat gegeven levert haar boek je een flinke batterij goede tips om je doel dichterbij te brengen.

Bloggen als een pro is verdeeld in drie thema's, die volgens Elja Daae alle drie aandacht nodig hebben in een succesvol blog: Authenticiteit, Focus, en Toewijding. Op elk thema laat ze zien hoe je dat kunt inzetten en versterken in jouw blog.



Erg leuk van het boek vind ik dat Daae zo veel voorbeelden geeft van blogs die haar - om de meest uiteenlopende redenen - aanspreken. Om de persoonlijkheid van de blogger, om het design, om de onderwerpen, om de schrijfstijl, om de unieke niche. Dat maakt Bloggen als een pro ook lekker concreet en levendig.

Beste leermoment voor mezelf vond ik Daae's enthousiaste pleiten voor zo vaak mogelijk bloggen (wat mij almaar niet lukt). Veel bloggers houden zichzelf voor dat kwaliteit boven kwantiteit gaat: beter goed bloggen, dan vaak bloggen. Tuurlijk, zegt Daae en helemaal eens, alleen: "Er is maar een ding mis met deze redenering, namelijk de aanname dat vaker bloggen betekent dat de kwaliteit achteruitgaat. Wat als ook het omgekeerde waar blijkt te zijn, namelijk hoe vaker je blogt, hoe beter je wordt?".

Door Bloggen als een pro ben ik weer helemaal in the mood om vaker te bloggen. Houd mijn blog in de gaten om te zien of het lukt :-).

Wat zou jij graag willen bereiken met jouw blog? Laat je comment hieronder achter!

Voor wie wil bestellen, de link naar Bol:

maandag 22 april 2013

Drie soorten kritiek op je werk (en wat je daarmee kunt)

"Méér kudos voor iedereen die iets maakt, hoe feilbaar ook, dan voor de beste stuurlui aan wal," schreef ik in een eerder blog. En daar sta ik voor 100 procent achter.

Dit weekend zette de vloedgolf aan kritiek op het Koningslied, en de daaropvolgende tegengolf van kritiek op de kritiek, me flink aan het denken over mijn statement.

Want waar was ik in dit geval, met mijn kudos? Meer kudos voor de tekstschrijvers van dit lied, met zijn legendarische 'de dag die je wist dat zou komen' dan voor iedereen die daar de vloer mee aanveegde? Ehm ...

Dus ja, ik dacht nogal na over kritiek, respect en mijn kudos. Soms vind ik kritiek heel erg goed en nodig. Soms werkt het ook op mijn humeur als nagels over een schoolbord. And I couldn't help but wonder: wanneer is kritiek OK?

Iedereen die iets maakt, kan kritiek verwachten. Sterker nog: je móet kritiek verwachten. Als je een boek schrijft en je wilt alléén maar lof, dan by all means, print en kopieer vooral drie exemplaren voor je moeder, je oma en je partner, maar breng het niet in de wereld.

Kritiek moet, kritiek is goed.

Want wie schrijft voor iedereen, schrijft voor niemand; je kunt jouw lezer alleen raken als je ook echt voor hem of haar durft te kiezen. Dat betekent dat je anderen misschien niet in diezelfde mate raakt, boeit, meesleept, overtuigt, betovert of wat ook je doel maar mag zijn.

Dat is één. Twee, is natuurlijk: goede kritiek kan je werk alleen maar beter maken, verdiepen, versterken. Met de nadruk op 'goede', en de klemtoon op 'kan'. Want kritiek zelf doet nog niets. Alleen jij kunt met kritiek iets doen.

Betekent dit dat je je elke shitstorm moet laten welgevallen? Of dat je elke opinie van iedereen blindelings voor waar moet aannemen? Nee, natuurlijk niet.

Toen ik erover nadacht, kwam ik tot drie soorten kritiek, die je kunt verwachten als je iets (een boek, lied, beeldhouwwerk, dans, you name it) maakt. En je hoeft niet met alle drie hetzelfde te doen.

1. De mening
Iedereen heeft een mening, iedereen mag een mening hebben en alle meningen zijn prima. "Nog nooit zo'n slecht lied gehoord", "Wat een fantastisch schilderij" en "Dit boek veranderde mijn leven" zijn gewoon meningen. Valt niet over te twisten. Een mening is puur persoonlijk.
Als iemand jou, de trotse maker, zijn of haar mening geeft over jouw werk, kun je dat alleen maar aannemen. "Dank je wel voor je mening." (Dit hoeft niet te betekenen dat je het ermee eens bent. Het betekent alleen dat je er niet winnend over kunt discussiëren.)
Sommige meningen lijken wel onderbouwd ("Ik vind dit lied nogal saai, het is zo langzaam") maar het zijn nog steeds meningen. Want kijk, de volgende zegt: "Wat een spannende opbouw, met dat trage tempo!"
Smaken verschillen. Vier dat. Wees daar blij mee.
Anders had de wereld genoeg aan één schrijver, één zanger en één regisseur.

2. De open deur
Mijn allergiezone, full force. Kenmerk van opendeurenreacties is dat ze jou vertellen hoe het resultaat had moeten zijn - maar zonder enige concrete aanwijzing over hóe dat dan had gemoeten. Dit is de categorie "Wat een prutser, die penalty had er gewoon ingemoeten", "Bedrijven moeten flexibel inspelen op veranderende klantbehoeftes" en "Ze moeten gewoon zorgen dat ze de wissels ontdooien en de treinen laten rijden #fail".
Schrijvers kunnen zo bijvoorbeeld het advies krijgen om "een succesvolle serie te schrijven", "hun boek bij DWDD te gaan presenteren", of "gewoon een nieuw business model te verzinnen" als de markt krimpt door gratis ebooks.
Waarom het mij zo irriteert, geen idee. En boos worden is ook eigenlijk helemaal niet nodig. Een eenvoudig, belangstellend: "Wat een goed idee. En hoe zou jij dat aanpakken?" volstaat meestal. Volgt er een nuttige tip: winst. Volgt er een stilzwijgen: ook winst.

3. Goede kritiek, zelfs als-ie slecht is
Ik weet weinig van voetbal (al ken ik de buitenspelregel - sort of). Toen ik eens een jonge speler een penalty zag missen doordat hij de bal hoog over schoot, vond ik dat natuurlijk net zo jammer als alle supporters, alle ploeggenoten en de speler zelf. Die had erin gemoeten!!
Maar de coach nam hem later even rustig terzijde en zei: "Als je volgende keer iets meer naar voren leunt, gaat die bal niet zo hoog."
Ik was onder de indruk. Dát is hoe het moet, dacht ik.
Echte, goede kritiek geeft jou een keuze. Vertelt je wat er is, en hoe het anders kan.
Als je dit anders doet, verandert dat.
Goede kritiek is niet altijd leuk. Goede kritiek is wel altijd goed, ook als hij slecht is.
Omdat jij een nieuwe keuze hebt gekregen.

------------

Wil jij beter leren voetballen, of betere liedjes schrijven, dan kan ik je helaas niet helpen. Maar ben jij ondernemer of professional met een goed idee voor een boek? Dan kan ik je gegarandeerd nieuwe keuzes en mogelijkheden geven.
Neem contact op voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek!






zaterdag 13 april 2013

Ik ben authentiek, want dat vinden mijn klanten belangrijk

Authentiek zijn, dat lijkt wel het twaalfde gebod voor ondernemers*, als je social media- en businessgoeroes moet geloven.

Want jouw potentële klant heeft oneindig veel keus, zeggen zij. Jouw klant of opdrachtgever kan alles overal off- en online kopen, vinden, of inhuren. Het onderscheidende verschil, dat maak jij. Dus wees uniek, wees bijzonder - en the rest will follow.

Vind ik het on-waar?
Nee, niet per definitie. In mijn eigen bedrijf begeleid ik ondernemers bij het schrijven en publiceren van hun eigen businessboek. Voor hen geldt absoluut dat hun eigen stem, hun visie en hun invalshoek, hun 'haak', een doorslaggevend verschil maakt met alle andere businessboeken die er al zijn. En, businesswise voor mijzelf, val ook ik samen met mijn eigen 'product/dienst'. Ik kan mijn dienst niet 'los' verkopen van de persoon die ik ben.

Dus ja, een eigen gezicht, een eigen stem, de durf om wat van jezelf te laten zien, zijn belangrijk in ondernemen (zoals ze dat zijn in elke relatie in het leven, persoonlijk of zakelijk). Náást je kennis, je vaardigheden, je ervaring, is jouw persoonlijkheid een factor.

Vind ik het zaligmakend?
Nee. Sterker nog: dat hele 'gij zult authentiek zijn' begint me een beetje tegen te staan.
Omdat het bijna een trucje, een plicht wordt. Wees authentiek, want dat vinden je klanten belangrijk. Wees jouw authentieke zelf, want dan willen anderen liever met je samenwerken.
Wees authentiek, want dat willen wij van jou.

Dat is één. En er is nog iets.
'Authentiek' wordt - vind ik - nogal eens verward met 'laten zien dat je je nergens iets van aantrekt'.
"Ik ben authentiek, want kijk eens hoe het mij niets kan schelen wat anderen daarvan vinden? Zien jullie wel?!?"

Zo authentiek kan ik nooit zijn. Ik trek mij wel iets aan van wat anderen vinden. En ja, dat speelt mee in wat ik doe, schrijf en zeg.

Authentiek zijn is voor mij niet iets dat je in je eentje kunt doen. Authentiek ben je alleen in relatie tot anderen. Probeer het maar eens, op een onbewoond eiland gaan zitten en authentiek zijn. Het kan niet.

Authentiek zou ook niet gedefinieerd moeten worden door 'hoe uniek en bijzonder ben je'. En al helemaal niet door 'hoe hard durf je je niks aan te trekken van anderen'. Rekening houden met anderen, kan ook authentiek zijn. Je aanpassen aan anderen, en aan omstandigheden, evengoed.

Als ondernemer breng je ook jezelf mee naar de tafel, natuurlijk. Maar een ondernemer die zich niets aantrekt van zijn klanten - of dat nu in aanbod, houding of woordkeuze is - stelt zichzelf centraal en niet de mensen met wie hij wil werken.

Ben ik authentieker als ik 'mezelf' blijf in mijn oude spijkerbroek, dan wanneer ik om mijn oudtante een plezier te doen, een net jurkje aantrek voor haar grote verjaardagsfeest?

Dan soms maar lekker conformistisch. En dat durf ik hier gewoon te zeggen, dus, hè.

--------

(Het elfde gebod? dat is Gij zult een boek schrijven. )

donderdag 11 april 2013

Jury's kiezen niet voor kwaliteit. (En jij en ik? Ook niet.)

Nederlandse vrouwen kunnen geen thrillers schrijven, blogde schrijver Marcel van Driel vorige week. In dit fijne blog verbaast hij zich over de shortlist voor de Gouden Strop 2013, de prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige spannende boek. Op de shortlist staan elf boeken.
Tien ervan zijn geschreven door mannen.

Hoe zit dat, vroeg Marcel zich af. Hebben alle vrouwelijke thrillerschrijvers gewoon te slechte boeken geschreven (en vergissen de vele lezers daarvan zich)? Of heeft de jury - ondanks het feit dat die bestaat uit drie vrouwen en twee mannen - een voorkeur voor mannelijke schrijvers?

Ik ben geen thrillerjurylid. De 106 titels van de longlist heb ik niet gelezen. Dus, wie zal zeggen wat dé reden is?
Maar ik weet wel één verklaring.

Uit onderzoek blijkt dat wij (mannen én vrouwen) een schilderij, of een boek, of een artikel, beter vinden als we denken dat het van een man is, dan als we denken dat precies datzelfde werk door een vrouw gemaakt is. Een boek van 'John Johnson' vinden we beter dan het identieke boek van 'Jane Janeson'; een essay van 'Paul' krijgt een hoger cijfer dan precies hetzelfde stuk van 'Paula'.

Wij geloven allemaal oprecht dat we de beste kandidaat kiezen, het beste boek bekronen, dat we 'alleen op kwaliteit letten'. Maar dat doen we niet - zeker niet altijd. Beelden en ideeën uit onze jeugd, onze opvoeding en school, uit films, series en boeken, werken nog steeds door, alle emancipatie ten spijt.

Dat gaat niet expres, sterker nog: we wíllen dat zelf helemaal niet. Maar toch haalt ons onderbewuste soms dat kunstje met ons uit.

En die ons, dat zijn wij allemaal. Mannen én vrouwen. Jij. Ik. En er verandert dus ook niet per se iets als er vrouwen in de jury zitten (of in de redacties van DWDD en P&W, om maar willekeurig eens wat te noemen).

Wat wel helpt, is onszelf ervan bewust te zijn. Om er samen (m/v) wat aan te doen. Niet alleen omdat het eerlijk is voor de vrouwen. Maar vooral ook omdat het beter is voor ons allemaal.

Want dan krijgen wij, lezers, echt de beste boeken van de beste thrillerschrijvers (m/v).

---------

Wil je er meer over lezen, en vooral, er meer aan dóen?
Esther Mollema schreef hier een heel goed, luchtig, no-nonsense boek over: 50% meer talent - zo scoor je met vrouwen.

Je kunt haar boek hier (gratis én legaal) downloaden als ebook.

Liever het papieren boek?
50% meer talent: zo scoor je met vrouwen is te koop in elke boekhandel, bij Managementboek, bij Uitgeverij Réunion en bij Bol




dinsdag 26 maart 2013

Wie zíjn al die mensen? Over proeflezers, redacteuren en correctoren

Bij het schrijfproces zelf kunnen er drie mensen met je meewerken: redacteuren, correctoren en proeflezers. Wie zijn al die mensen, wat doen ze en heb je ze nou echt allemaal nodig als je in eigen beheer uitgeeft?

Correctoren
De corrector komt helemaal aan het einde van het schrijfproces in actie en vlooit dan je hele boek nog eens na op spelfouten, grammaticale hiks, typo's en andere onrechtmatigheidjes. Doe dit vooral niet zelf, ook niet als je gepromoveerd neerlandicus bent. Zelfs de beste schrijver raakt een beetje bedrijfsblind voor zijn eigen tekst en de kapper knipt ook niet zijn eigen haren. Doe je lezers plezier met een smetteloos boek; zorg voor een goede correctieronde. (Correctoren controleren overigens geen feiten: daar moet je fact checkers of andere inhoudelijk adviseurs voor hebben.)

Redacteuren
Een corrector haalt de fouten uit je boek, een (goede) redacteur maakt je boek beter. Een redacteur kan vanaf het allereerste begin met je meedenken. Over de invalshoek, de structuur, de stijl, welke aspecten van je onderwerp je wel en niet behandelt, voor welke lezers je wel schrijft en voor wie niet. Later leest hij mee met de volgende rondes van je manuscript en hij kan je dan goede feedback geven in alle fases. Zo krijg je steeds tips en adviezen om je verhaal op de beste manier voor het voetlicht te brengen en de lezer echt te pakken.
Bij veel (grotere) uitgevers zijn deze functies gescheiden: in het eerste stadium denkt de uitgever of de fondsredacteur met je mee over de grote lijnen; in een latere fase is je tekst in de zorgzame handen van een professionele bureauredacteur.

Proeflezers
The proof of the pudding. Proeflezers zijn een paar vertrouwde mensen uit je omgeving die jouw boek gaan lezen zoals straks de 'echte' lezers dat ook doen. Onbevangen, vanuit interesse voor jouw onderwerp. (Vraag daarom bij voorkeur ook mensen die jouw boek ook zouden kopen als ze jou niet kenden. Laat dus je thriller lezen aan een paar vriendinnen die dol zijn op spannende boeken; geef je salesboek aan een verkoper en je boek met sollicitatietips aan een werkzoekende.)

Proeflezers kunnen je waardevolle feedback geven over de manier waarop een lezer je boek ervaart. Maar er zijn een paar valkuilen:
1. Proeflezers staan vaak bij voorbaat al anders, en vaak positiever, tegenover je boek - omdat ze je kennen. (Dit effect kun je makkelijk zelf testen en voelen. De eerstvolgende keer dat je een behoorlijk slecht nummer hoort op de radio, doe dan eens net of het een vriend is die je daar hoort zingen op 3FM. Serieus, probeer het. Merk je hoe je oordeel verandert?) Ook al vraag je ze om heus, echt, supereerlijk te zijn, dit effect krijg je niet gauw weg.
2. Als ze je boek dan toch niet op álle punten denderend vinden, willen ze je dat liever niet ronduit zeggen. Ze vinden je namelijk te aardig om te kwetsen (omdat ze bijvoorbeeld je moeder zijn). En ook als ze je minder aardig zouden vinden, dan zullen ze er toch nog belang aan hechten de relatie goed te houden (denk: collega's, zakenrelaties).

Handig is daarom om je proeflezers niet te vragen: 'Nou, wat vond je ervan?', maar om ze vooraf, bij je manuscript, een kort lijstje met gerichte vragen te geven. Bijvoorbeeld: Wil je een plusje zetten bij de alinea's die je heel goed vond? Wil je een minnetje zetten bij drie stukken waar je wat meer moeite had je aandacht erbij te houden? Waarover had je graag wat meer willen lezen? Wat vond je te veel?

Maar helaas stuit je nog steeds op valkuil drie:
3. Als proeflezers heldere kritiek geven, leer je wel wat ze vinden, maar niet hoe je dat oplost. Waarom is een hoofdstuk saai? Hoe verander je je stijl als je lezers die 'een beetje formeel' vinden? Hoe doseer je je informatie beter, als je lezers je 'hier niet zo duidelijk' vonden? Gasten in een restaurant kunnen je wel vertellen dat het vlees taai is, maar alleen een ervaren kok kan je vertellen hoeveel minuten je het op welke temperatuur in welke olie had moeten bakken. (Of is het braden? I rest my case.)

Gebruik de kracht van alle drie
Goede proeflezers geven waardevolle feedback, en een vlekkeloze correctie is de finishing touch. Maar een goede redacteur kan je laten zien hoe je jouw verhaal beter, pakkender, overtuigender maakt. En hoe je makkelijker, sneller en met meer plezier je boek schrijft. Think about it.
Omdat je boek het waard is.

PS - Belangrijk is natuurlijk dat je de redacteur vindt die het beste past bij jou en bij jouw boek. Daarover een volgend blog. Ben je ondernemer met een idee voor een managementboek? Lees dan hier wat Uitgeverij Réunion voor je kan doen.

maandag 4 maart 2013

Gelezen: De schrijfbijbel

Vorige week verscheen De schrijfbijbel, een initiatief van TenPages.com. Via dit crowdfunding-platform voor boeken werd al menig boek succesvol gepubliceerd (ik heb een van de eerste successen, het hilarisch scherpe Zo Zuidas, in een ruk uitgelezen). Met De schrijfbijbel publiceert TenPages nu een boek vol prima tips en adviezen over schrijven, met een goede inkijk in het werk van redacteuren.

De ondertitel, 'de beste redacteuren van Nederland over het schrijven van een goed boek', krijgt van mij meteen al een stevige plus omdat die de nadruk legt op 'goed boek', en geen ronkende beloftes doet over 'bestsellers'. Een goed boek, dat is waar je naar kunt en moet streven als schrijver: jouw verhaal op de best mogelijke manier vertellen. De rest is aan de lezers.

En adviezen over het schrijven van een goed boek, die krijg je in De schrijfbijbel bij tientallen. Redacteuren van (onder veel meer) Prometheus, The House of Books, Atlas Contact en Nijgh & Van Ditmar, delen hun kennis en ervaring op alle gebieden van het eerste idee voor een boek tot en met de laatste puntjes op de i tijdens het persklaar maken. Er is ook aandacht voor non-fictie, maar de meeste nadruk ligt op het schrijven van fictie.


Er komen veel onderwerpen aan bod (van bijvoorbeeld planning en proposals, tot narratief, plot, personages en omgeving, tot het uitgeefproces en alternatieve uitgeefvormen), en toch is De schrijfbijbel geen 'how to'-boek dat je van A to Z een stappenplan geeft. (En maar goed ook, want schrijven is geen paint by numbers waarin je alleen maar de juiste vakjes de juiste kleur moet geven en hop, je creatie is daar.)

Veel meer vond ik het een boek alsof je een serie koffie-afspraken hebt met een keur aan door de wol geverfde redacteuren die (en dat springt in elke bijdrage direct in het oog) met liefde voor schrijvers, boeken en uitgeven over hun vak vertellen. Naast hun tips en adviezen zijn er ook schrijfoefeningen waar je je voordeel mee kunt doen. Leuk (en handig) vond ik ook de speciale aandacht voor aparte genres als kinderboeken, thrillers, liefdesromans, en de eisen die het schrijven van een serie stelt.

Aanrader voor alle schrijvers die willen weten hoe ze hun verhaal (nog) beter kunnen vertellen.

Voor wie het wil bestellen, dat kan hier bij Eburon

en de links naar Bol:

vrijdag 1 maart 2013

Oude helden, nieuwe romans

Als tiener was ik dol op alle mythes en verhalen uit het oude Griekenland. Hele meters boeken verslond ik, meegesleept in de wereld van legendarische, sterke helden en even machtige als menselijk-kinderachtige goden. Noem me nerdy, maar ik denk dat mijn stiekeme eerste onbereikbare kalverliefde Hector van Troje was.
Onlangs stuitte ik toevallig op twee nieuwe romans, allebei over oude Grieken, en allebei voorzien van een lovende quote van een van mijn hedendaagse grote heldinnen.

De ene was De gulden middenweg van Annabel Lyon. Hilary Mantel, schrijfster van het fenomenale Wolf Hall en dito opvolger Het boek Henry zei daarover: "Deze ambitieuze en prachtig geschreven roman is een van de meest overtuigende historische romans die ik ooit gelezen heb."

De andere was Madeline Miller's Een lied voor Achilles, met een quote van de geweldige J.K. Rowling herself: "I loved The song of Achilles," zei ze in dit interview.

Nu heb ik natuurlijk helemaal een eigen mening en zo, maar niet als deze twee grootheden een boek aanbevelen. En in combinatie met mijn oude liefde voor de nog oudere Grieken, heb ik beide boeken onmiddellijk gescoord.


De gulden middenweg is het verhaal van de grote filosoof Aristoteles, die door de Macedonische koning Philippus wordt aangesteld als leermeester van zijn zoon Alexander . Dit erg mooi geschreven, bespiegelende boek nam me mee in een oude wereld en toch ook een nieuwe, en liet me denken over ratio en liefde; over wijsheid en dadendrang; over aanzien en eigen verlangens; over lotsbestemming en eigen keuzes.

Een lied voor Achilles raakte me in mijn hart: de kleine, onhandige en onzekere prins Patroclus, verbannen van zijn vaders hof, groeit op bij koning Peleus en diens zoon Achilles, halfgod, en gouden held al in zijn jonge jaren. Het verhaal van hun vriendschap en liefde, de bijna idyllische tijd bij de centaur Chiron en later de verscheurende en bloeddoordrenkte jaren voor de muren van Troje, lees je onder de schaduw van de wetenschap van het onverbiddelijke, tragische einde. En bij de laatste pagina's voelde ik mijn keel langzaam dichtsnoeren.


Voor wie meer wil lezen, de link naar Bol:



en de link naar (e-book bij) Bol: