dinsdag 17 april 2012

Ga jij op exenjacht?

Lola schrijft voor magazines en internetsites, ze snelt op haar hoge hakken door de spacy torens van de Zuidas, en met minnaar Henri vliegt ze naar Dubai. Maar haar avonden brengt ze alleen door, achter haar laptop. Steeds 'op exenjacht', op zoek naar Tom, en Jacobus, en Boris - en hoe heette toch ook weer die knappe jongen die..?

Agatha is succesvol ondernemer in fashion design, en haar liefde is voor Marcel. Maar in gedachten is ze alleen maar bezig met calorieën, elke minuut van ieder uur...

Tina maakte de wereldreis, ze beklimt nu de carrièreladder, maar in haar hart wil ze maar één ding - een kind. Waar haar Peter maar steeds niet aan toe is...

De acht verhalen in Mirjam Windrichs nieuwe ebook Op Exenjacht draaien om geheimen die we misschien niet eens aan onze beste vriendin opbiechten... maar waar we misschien allemaal van alles in herkennen. Want:

"Er is een ander leven dan het bestaan van de buitenkant, van de verwachtingen, van de mal waarin we allemaal zouden moeten passen," zegt schrijfster Mirjam Windrich.

Die zin treft me in mijn hart. En het is wat maakte dat ik Op Exenjacht zo graag wilde uitgeven, hoewel het fictie is. Dat hebben we bij Réunion nog nooit uitgegeven! (en dat is trouwens een goede tweede reden: blijf groeien.) Misschien zijn mijn angsten, emoties en verlangens andere dan die van Lola, of Francoise, of Luz - maar dát we ze hebben, delen we.

Wie van ons gaat er 's avonds nooit even 'op exenjacht' via Facebook, LinkedIn of Google? Vroeger was die ooit zo verzengende liefde uit het oog, uit het hart, maar nu is een ex altijd maar één muisklik weg - wat doet dat met ons? En hoe houden we ons in het diepst van onze gedachten bezig met relaties, met ons uiterlijk en ons gewicht, en onze al dan niet aanwezige kinderwens? Het leven is maf, niet maakbaar, zegt Mirjam.

Zij beschrijft Lola, Manoes, Luz en de anderen zo indringend dat de verhalen onder je huid lijken te kruipen. Al eerder schreef Mirjam Windrich boeken over internettherapie, en een aantal romans. Ze is ook de grondlegger van Mindful Analysis, een methodiek voor online begeleiding.

Het digitale boek Op Exenjacht is overal online te koop voor maar € 4,99:
bijvoorbeeld hier bij Bol, bij hier bij Uitgeverij Réunion, of hier bij Kobobooks en hier bij Bruna.

woensdag 11 april 2012

Kun je in je eentje een echte vrouw zijn?

Wat vinden jullie nou echt vrouwelijke eigenschappen, vroeg iemand gisteren op Twitter. Helpen, steunen, delen? Welnee, reageerde iemand anders: Dat zijn normen. Geen feiten.

Ja, wat vinden we daar eigenlijk van, vrouwelijkheid en mannelijkheid? En is dat veranderd in de laatste decennia? Of niet? Anna Fels verwijst in Vrouwen & Ambitie naar de bekendste en meest gebruikte psychologische test daarvoor, de BSRI. Dat is een lijst met eigenschappen, waarbij de proefpersoon kan aangeven in hoeverre die bij hem of haar passen.
[Update 14 april: de lijst is gebaseerd op wat onderzoekers vaststelden dat honderd studenten rangschikten als eigenschappen die in Amerika als ‘typisch mannelijk’ en ‘typisch vrouwelijk’ werden beschouwd. Oftewel: wat *vinden* wij dat mannelijk of vrouwelijk is.]

Typisch vrouwelijk is: meegaand, loyaal, opgewekt, meelevend, verlegen, hartelijk, liefdevol, zorgzaam voor anderen, gevoelig voor vleierij, begrijpend, wil graag gekwetste gevoelens verzachten, zachte stem, warm, teder, goedgelovig, kinderlijk, gebruikt geen ruwe taal, houdt van kinderen, zachtzinnig.
Als je de lijst vrouwelijke eigenschappen goed bekijkt, vallen twee dingen op, zegt Anna Fels.

Je kunt in je eentje niet attent, meegaand, hartelijk of verlegen zijn. En de vrouwelijke eigenschappen gaan dus voor het overgrote deel over eigenschappen die alleen in relatie tot een ander kunnen voorkomen. Het tweede dat opvalt is dat het er bij bijna alle eigenschappen om gaat iets te geven: aandacht, liefde, sympathie, troost, zorg. Vrouwelijkheid wordt gedefinieerd door de aard en de kwaliteit van je relaties. Oftewel: kun je in je eentje wel een echte vrouw zijn?

Voor mannen geldt dat allemaal veel minder. Een man alleen is nog steeds een echte man, als je de lijst daarvoor bekijkt: autonoom, sterke persoonlijkheid, krachtig, onafhankelijk, analytisch, staat voor zijn mening, atletisch, assertief, heeft leiderscapaciteiten, bereid om risico’s te nemen, besluitvaardig, zelfstandig, dominant, kan op zijn strepen staan, agressief, neemt de leiding, individualistisch, competitief, ambitieus.

Is dit allemaal niet veranderd in de laatste decennia? Ja, maar met een twist.
Vrouwen identificeren zich wel meer met ‘mannelijke’ eigenschappen dan vroeger maar – ze hebben géén van hun ‘vrouwelijke’ eigenschappen laten vallen. De vraag hoe je de onvermijdelijke conflicten tussen deze twee sets eigenschappen moet oplossen, is voor bijna elke vrouw nog steeds essentieel, schrijft Anna Fels.

Want wat moet je doen als je man een betere baan krijgt aangeboden in een andere stad, terwijl je je eigen ambities daarvoor moet opgeven? Moet je je meegaand, loyaal en vriendelijk opstellen – (‘vrouwelijk’) of onafhankelijk en krachtig (‘mannelijk’ )? Wat doe je als je man steeds vaker moet overwerken, en zijn zorgtaken niet kan nakomen? Moet je dan ‘begrijpend’ reageren en het opvangen (vrouwelijk), of ‘op je strepen gaan staan’ (mannelijk)? Het is nog geen eenvoudige weg om te gaan. Zoals Anna Fels schrijft:

“Vrouwen hebben tegenwoordig meer ruimte om hun eigen doelen vast te stellen en na te streven, maar dat wordt alleen geaccepteerd als ze eerst tegemoet zijn gekomen aan de behoeften van hun directe omgeving – echtgenoot, kinderen, hulpbehoevende ouders. Als ze niet aan die voorwaarde voldoen, wordt hun vrouwelijkheid in twijfel getrokken.”

Wat vind jij? Herken jij deze dilemma's? En hoe los je ze dan op?

maandag 9 april 2012

Gelezen: "Egostrippen: de kick van je eigen ik"

In februari reageerde ik enthousiast op een Twitteroproep van Uitgeverij Haystack aan bloggers die Egostrippen van Rick van Asperen wilden bespreken. De boekbeschrijving sprak me aan: "Je probeert het iedereen naar de zin te maken, je partner, je collega’s en je vrienden. Maar zeg eens eerlijk, word je blij van alle rollen die je dagelijks speelt? [..] Strip je ego: richt je voortaan op wat jou beweegt en wat je diep in je hart wilt, thuis en op het werk." Ik wilde het boek graag lezen, omdat ik soms wel wat standvastiger zou willen zijn en me niet te gauw laten afleiden door wat ik denk dat anderen van me zouden kunnen vinden.

Nu zit ik er maar mooi mee in mijn maag. Want nu moet ik een boek bespreken dat erom draait dat elk oordeel dat je hebt over iets of iemand anders, eigenlijk (of zelfs alleen maar) iets zegt over jezelf. Voor de veiligheid begin ik dan maar met wat ik meteen goed vond aan het boek: de sterke vormgeving (van Foxy Design) en het feit dat je het werkboek er als gratis ebook bij kunt downloaden. Een mooi voorbeeld van innovatief uitgeven.

De eerste hoofdstukken van Egostrippen riepen bij mij meer vragen op dan antwoorden. Van Asperen wijst op de uiterlijke vormen waarmee ons 'trippende ego' zijn behoefte aan acceptatie en waardering door anderen probeert te bevredigen; uiterlijke vormen die in tegenstelling staan tot ons 'ware ik'. Bij mij riep dit steeds de vraag op in hoeverre er een puur en authentiek 'ik' is of kan zijn, helemaal onbeïnvloed door anderen om ons heen. De rollen die we spelen, zijn volgens Van Asperen ook niet ons ware zelf, en ook daar had ik mijn vraagtekens bij. Ik voel mij wel degelijk 'moeder', 'uitgever', 'vrouw van', 'vriendin'. Het zijn allemaal essentiële delen van wie ik ben.

Wat verder in het boek gingen mijn hakken echt in het zand. Doordat het boek de boodschap er vrij fors inhamert (om de haverklap wordt me ingeprent dat mijn 'trippende ego' hier weer bezig is) raakte ik af en toe wat geïrriteerd en op zijn zachtst gezegd, niet-ontvankelijk voor de boodschap.

Maar: deze laatste zin is een oordeel. En, zegt Van Asperen, door te zeggen 'doordat het boek er zo op hamert, word ik geïrriteerd' neem ik hier de lineaire route van het trippende ego. In plaats daarvan kan ik ook kiezen voor de hoge route: 'doordat ik vind dat het boek doorhamert, raak ik geïrriteerd'. Op deze hoge route neem je al wat meer verantwoordelijkheid voor je eigen gevoelens. Want wat ik 'doorhameren' vind, kan voor iemand anders 'creatief', 'uitdagend', 'humoristisch' of 'prikkelend' zijn. Maar pas op de lage route kom je tot de kern: 'door mijn eigen onvervulde behoefte aan [...]*, voel ik mij nu geïrriteerd.'

In het werkboek raakt Van Asperen meer aan de antwoorden op de vragen die ik mezelf steeds stelde bij de eerste hoofdstukken van het hoofdboek. Om in contact te komen met je echte ik, is het essentieel om jezelf steeds te vragen: 'welke behoefte leeft er nu, op dit moment, in mij', zegt hij. Cruciaal daarbij is om 'diep genoeg' te gaan. 'Ik wil de lotto winnen' is geen behoefte, maar een vorm om een onderliggende behoefte te vervullen, bijvoorbeeld: 'ik heb behoefte aan vrijheid'. Oordelen hoeven niet goed of slecht te zijn: ze kunnen je helpen om te voelen wat je diepere behoefte is.

Ook (het spelen van) een rol is op zich geen probleem - zolang de rol maar aansluit bij de behoefte die nu in je leeft. Te vaak, zegt Van Asperen, blijven we hangen in een rol die in het verleden een behoefte voor ons vervulde, maar nu niet meer. Wij veranderen, onze behoeften veranderen. Door in contact te blijven met de behoeften die je nu voelt, kun je authentiekere keuzes maken.

Het werkboek bracht mij de meeste inzichten, door de meer praktische uitwerking en de concrete handvatten, terwijl ik bij het hoofdboek meer de neiging had in discussie te gaan of 'speak for yourself, mister' te denken. Daardoor heeft Van Asperen mij toch wel flink aan het denken gezet over thema's die me boeien: ambitie en authenticiteit.

* Als proef op de som probeer ik nu de onderliggende behoefte nog in te vullen die ik hierboven open liet bij de 'lage route' waarom ik mij geïrriteerd voelde bij het lezen van het boek. Dat wordt dan, als ik goed nadenk: "Door mijn eigen behoefte om aardig gevonden te worden, voel ik mij geïrriteerd en gekwetst als een boek mij vertelt dat ik een trippend ego heb." En nu ik dáár weer over doordenk is dat eigenlijk: "Hoe durf jij te zeggen dat ik een trippend ego heb? Ik ben juist heel aardig!"
Oeps... dus toch??

Update 1 mei 2012: via Twitter reageerde schrijver Rick van Asperen op mijn blog. En hij was graag bereid de vragen die zijn boek bij mij had opgeroepen te beantwoorden, wat ik heel erg leuk vond. De Q's en A's lees je hier."

Lees meer over Egostrippen bij Managementboek.nl

of hier bij Bol.com

maandag 26 maart 2012

Mijn schoolplein-vooroordelen (en herken jij dat?)

In "50% meer talent: zo scoor je met vrouwen" schrijft Esther Mollema over hoe we tegenwoordig oprecht vinden dat mannen en vrouwen even capabel zijn in werk en in zorg. Eenentwintigste eeuw and all. Maar in de praktijk worden we - ook heel menselijk - een beetje gedwarsboomd door onze onbewuste aannames en vooroordelen, onze 'mindbugs'.

Esther laat het in haar boek met simpele voorbeelden zien: een moeder die vier dagen werkt is een 'carrièremoeder', een vader die vier dagen werkt is een 'zorgende vader' met een 'papadag'. En vind jij 'zij gaf haar baan op en volgde haar man naar New York' echt hetzelfde als 'hij gaf zijn baan op en volgde zijn vrouw naar New York'?

Het boek laat ook zien dat het niet gaat om 'schuld' of 'fout'; het is iets heel menselijks om snel in stereotypen te denken. Maar zoals onderzoeker Mahzarin Banaji heel mooi zegt: als we ons bewust zijn van onze mindbugs, kunnen we erover praten, "niet vanuit schuldgevoelens, maar vanuit een gevoel van verbondenheid met andere mensen. En vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid om er iets aan te doen."

Op het schoolplein betrap ik mezelf er ook nog op, tegen wil en dank. Bij een moeder die in mantelpakje met laptoptas snel afscheid neemt van haar kind, voel ik in een reflex een lichte afkeuring over zo veel haast. (En als ik zelf die moeder ben, voel ik me schuldig). Maar bij een vader met stropdas en pak die precies hetzelfde doet, denk ik: "Ach wat leuk, dat zo'n drukke man toch de tijd neemt zijn kind weg te brengen."

Herkenbaar? Merk jij wel eens dat je nog onderscheid maakt in 'werkende moeders' en 'zorgende vaders'? Of merk je juist dat anderen zo naar je kijken? Hoe reageer je daar dan op? En hoe raken we onze mindbugs kwijt?

Update 4 april 2012: Esther Mollema's bedrijf, Direction, bestaat 12,5 jaar en geeft daarom '50% meer talent' als ebook cadeau. Je kunt het hier downloaden.

Voor wie meer wil lezen over 50% meer talent, de link naar Managementboek:
50 % meer talent
50 % meer talent
Esther Mollema

donderdag 2 februari 2012

Minder, of juist méér jezelf zijn, door een andere communicatiestijl?

In 50% meer talent beschrijft Esther Mollema onder andere dat de typisch vrouwelijke stijl van communiceren meer op samenwerking, consensus en gelijkwaardigheid gericht is dan de mannelijke. Op de werkvloer pakken deze goede bedoelingen helaas soms anders uit: daar zien managers het vaak nog als weifelend en aarzelend, en te weinig besluitvaardig.
Dat is zonde, zowel voor de vrouwen als voor de organisaties die daardoor talent over het hoofd zien. Mollema vindt dat managers door die andere communicatiestijl heen moeten leren kijken (in het voordeel van hun teams en hun bedrijfsresultaten), maar ze adviseert ook de vrouwen zelf om zich een trefzekerder stijl van communiceren eigen te maken: krachtig en overtuigend spreken, zichtbaar zijn, onderhandelen, stevige presentaties geven. Dat hoeft niet de hele tijd, maar zorg dat je de momenten herkent waarop dat nodig is, zegt Mollema.

Wees jezelf?
Dat vrouwen in bepaalde werksituaties een andere stijl van communiceren zouden kunnen of moeten inzetten, daarmee zijn niet alle vrouwen het eens hoor ik vaak. Zij hebben het gevoel dat ze zichzelf moeten verloochenen als ze een andere manier van communiceren proberen, of als ze een meer 'mannelijke' stijl inzetten in hun werk.

Zelf heb ik met vallen en opstaan gemerkt dat ik bij een andere stijl soms juist méér mezelf kan zijn. Van nature vind ik onderhandelen (voor mezelf) lastig, ik zeg als ik niet oppas tot vervelens toe sorry, en ik heb de neiging mijn mening te verpakken in een vraag ("Goh, het is het maar een idee hoor, maar wat vinden jullie ervan als...").

Toen ik het na heel wat jaren werken eens over een andere boeg begon te gooien, merkte ik hoe leuk en bevrijdend het kan zijn om met open vizier je mening te geven. Om te vragen om wat je wilt. Om te onderhandelen over wat je waard bent in je salaris. Ik bereikte mijn doelen veel eerder, makkelijker en rechtstreekser. Het gaat me nog niet altijd goed af, maar ik ben wel learning as I go.

Be the change
In 50% meer talent beschrijft Esther cursiste Sara, die aanvankelijk ook veel weerstand voelt tegen het idee om haar eigen stijl te moeten verloochenen omwille van haar ambities. Ze wilde vooral zichzelf blijven. Maar toen ze het eenmaal een kans had gegeven, bleek het haar prima te bevallen:
"Het was even oefenen voor Sara, maar het lukte haar, haar eigen mening duidelijker en stelliger te laten horen. Ze merkte dat het veel effect had, en dat ze daar ook plezier in had. Ze had zelfs het gevoel dat ze juist op deze manier dichter bij zichzelf kon blijven, omdat haar mening en visie echt gehoord werden."
Wat mij betreft moet er helemaal niemand iets. Maar het is wel heel erg leuk om het gewoon eens te proberen. Esther geeft daar goede en duidelijke tips voor.

Meer lezen over het boek:

50% meer talent zo scoor je met vrouwen
Esther Mollema

dinsdag 24 januari 2012

Wat je ook als blogger kunt leren van een scenarioschrijver

Voor mijn lol heb ik dit weekend Schrijven voor film, toneel en televisie gelezen. Niet omdat ik een nieuwe carrièreswitch naar scenarioschrijfster overweeg (hoewel het altijd fijn is om te dromen).

Wel omdat het gaat over het uit het niets scheppen van een wereld die zo grijpend en overtuigend moet zijn dat mensen willen blíjven kijken, en luisteren, en meeleven en voelen en geloven. Dat fascineert me, als lezer, als uitgever en als (tekst)schrijver.

Ook voor bloggers
Theatermaker en succesvol scenarioschrijver Ger Beukenkamp richt zich met zijn boek tot de (beginnende) scenarioschrijver, maar naar mijn idee kan iedere schrijver er iets nieuws uit oppikken, of je nu blogs schrijft of vuistdikke romans of vette reclameteksten. Hoe bouw je spanning op? Hoe zorg je dat de kijker/lezer zijn aandacht wíl blijven houden bij je werk? Hoe schrijf je goede dialogen? Hoe zet je voorkennis en verwachting, suspense, verrassing in? En wat is trouwens een 'goede' verrassing en wat een 'slechte'?

Ken je 'goede' en je 'slechte' verrassingen
In mijn werk draait het vaak vooral om tekst en taal, en hoewel dat in drama van relatief minder belang is volgens Beukenkamp ('structuur gaat voor de woorden uit'), heb ik juist daarin het meest uit het boek opgedaan. Misschien wel omdát het zo anders werkt dan in 'mijn' niche van schrijven. Over taal zegt Beukenkamp: "De woorden komen vanzelf wel als aan de drama-eigen voorwaarden is voldaan. De dialoog is een bijproduct van een goed gebouwd verhaal. De goede dialoog vloeit vanzelf wanneer dat ene karakter in die omstandigheden wordt gebracht." Dat wil echter niet zeggen dat 'taal er niet toe doet' in drama, wel dat er duidelijke criteria te formuleren zijn waaraan een goede dialoog - de GD - moet voldoen.

De kracht van wat niet gezegd wordt
Daarvan vond ik bijvoorbeeld een heel interessante de eis dat een GD 'materieel' moet zijn: "In een dialoog zijn de omweg, de metafoor en de leugen altijd beter dan de essentie. Als de personages voortdurend zouden zeggen waar het op staat - als ze daar al toe in staat zouden zijn -, zijn ze snel uitgepraat: 'Ik hou van je.' 'Ik ook van jou.'"
Juist met de omweg - de overdrijving, de leugen, de metafoor, het detail, het understatement - kan de dramaschrijver de waarheid dichter naderen dan de waarheid zelf, zegt Beukenkamp. Dat moet je weten, en omarmen, en gebruiken. En het werkt, zie je in zijn voorbeelden. Liever dan 'Ik haat je!', gebruik je 'Ik wil mijn eigen stukje zeep.' Liever dan 'De wereld is rot', zegt je personage: 'Alleen de poes begrijpt me.'

Actie is key
Ook het actie-gerichte van dialogen was een eyeopener voor me. Elke uitgesproken zin in een GD moet een aspect van conflict en van actie omvatten, een reactie bij de ander teweeg willen brengen. Dat stelt je ook voor uitdagingen als je vindt dat het publiek achtergrondinformatie nodig heeft. Er is in drama geen ruimte voor de stem van de schrijver, voor bespiegelingen, beschrijvingen en uitleg buiten de dialogen om. Ook een voice-over wordt al snel een personage op zich.
Beukenkamp laat met een voorbeeld uit een eigen scenario zien hoe je ingewikkelde informatie toch in een goede dialoog kunt overbrengen. Zijn hoofdpersoon wil zaken gaan doen in een (zowel technisch als politiek) gecompliceerde branche. De kennis die het publiek daarover moet hebben, wordt gedoseerd gegeven in een gesprek tijdens een etentje van de ondernemer met zijn bezorgde vrouw, waarbij de man een duur servet volkrabbelt, waar de vrouw op haar beurt weer over kibbelt. Alles wat hij zegt, is erop gericht om haar gerust te stellen en mee te krijgen voor zijn idee. Dat houdt de vaart en het naturel erin.

Voor de couch potato in me
Hoofdstukken over genres - comedy, drama, melodrama, tragikomedie - en over de verschillen tussen toneel, film en televisie heb ik wat sneller gelezen, en die vond ik dan weer leuk als doorsnee kijker met een bak chips op de bank. De vele voorbeelden die Beukenkamp uit zijn eigen werk voor tv en toneel haalt, geven het boek voor mij ook een lekkere vleug glamour en praktische tips mee.

Voor wie er meer over wil lezen, de link naar Bol:

vrijdag 13 januari 2012

Het leven van Elizabeth I - Alison Weir

Mijn al eerder opgebiechte Tudorfase is nog niet over. Na het lezen van een stapel boeken over het tijdperk van de nogal beangstigende Hendrik VIII, ben ik nu verdiept in het leven van zijn dochter. The Life of Elizabeth I door Alison Weir is een spannende biografie van deze fomidabele koningin, die - unprecedented - als ongetrouwde vrouw decennialang regeerde en Engeland in een lange periode van grote bloei leidde.

Haar jeugdjaren laten zich met 'traumatisch' nog maar zwak omschrijven: haar moeder (Anna Boleyn) en een van haar vier stiefmoeders onthoofd, van prinses naar onterfd onwettig kind, verstoten door haar vader, door haar halfzus in de Tower gegooid en niet weten of elke dag die aanbrak haar laatste zou zijn.

Des te imposanter is te lezen over de manier waarop ze zich handhaaft als ze - na de dood van jongere halfbroer Edward VI en haar oudere halfzus Bloody Mary - alsnog de troon bestijgt: volstrekt onafhankelijk en vastbesloten nooit meer de touwtjes uit handen te geven.

Ze verzet zich uit alle macht (en met succes) tegen de enorme druk op haar om te trouwen; geen haar op haar hoofd die erover peinst om haar macht op te geven en zich in een afhankelijke positie te begeven (en geen wonder gezien haar ervaringen). Zelfs Robert Dudley, vermoedelijk haar grote liefde, trouwt ze niet.
Huwelijksonderhandelingen met Zweden, Frankrijk, Spanje en Oostenrijk weet ze overigens handig jarenlang te rekken, waarbij ze die soms vijandige landen handig aan het lijntje houdt en mogelijke oorlogen daardoor voorkomt.

De batterijen ingewikkelde intriges van zo'n beetje iedereen aan het hof zijn een verhaal op zich. Een aartsvijand van vandaag is morgen een dikke vriend, als hij in je kraam te pas komt. Het zet je aan het denken hoe ongelooflijk vermoeiend het moet zijn om te leven in een tijd (of een land) waar je niet door eigen inzet of talenten je leven in eigen hand kunt nemen, maar waar je afhankelijk bent van de grillen van machtiger mensen boven je. Of van je talent om door intriges zelf bovenaan de ladder te komen.

Voor wie er meer over wil lezen, de link naar Bol: