Posts tonen met het label Schrijven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schrijven. Alle posts tonen

zaterdag 27 juli 2013

Schrijf met al je zintuigen (ja, ook jouw businessboek)

"In dit artikel laat ik je zien hoe je een veel voorkomend probleem goed in beeld krijgt. Ik help je om door een andere lens naar je teksten te gaan kijken, en een nieuwe visie te ontwikkelen. Zie je wel?"

Met onze zintuigen staan we voortdurend midden in de wereld, of we ons er nu van bewust zijn of niet. Neem (pas op, mindfulness-alert) eens bewust waar welke zintuigen je nu allemaal gebruikt - de druk van de stoel onder je billen, de warmte van je mobiel in je hand, de smaak van koffie nog op je tong, de geur van de forenzentrein of het strandterras, het geluid van je iPod of de stadsgeluiden om je heen? We gebruiken onze zintuigen 24/7.

Behalve als we gaan schrijven.

Veel mensen hebben in hun schrijftaal een voorkeur voor een van de vijf zintuigen. (Sommigen zelfs voor een zesde, maar die laat ik hier graag helemaal buiten beschouwing). Zelf heb ik een sterke neiging om als 'kijker' te schrijven, zoals je kon merken aan mijn eerste alinea hierboven. Zien, beeld, lens, kijken, visie...

Ik ben niet de enige. Het is ook niet fout. Het kan alleen saai worden. Vlak. En je sluit misschien minder aan bij lezers die meer 'horen' of 'voelen'.

Kijk eens kritisch naar de laatste teksten die je zelf hebt geschreven. Nemen bepaalde zintuigen de overhand? En is dat ook storend (dat ligt voor poëzie bijvoorbeeld anders dan voor een beleidsnotitie)? Zo ja, dan kun je er iets aan doen.

De oplossing is niet altijd heel makkelijk, zeker niet als je tekst al 'af' is. In de eerste alinea kun je moeilijk dwangmatig elk zintuig een plaats geven:
"In dit artikel laat ik je voelen hoe je een veel voorkomend probleem goed in beeld krijgt. Ik help je om met andere oren naar je teksten te gaan luisteren, en een nieuw Fingerspitzengefühl te ontwikkelen."
Dat klinkt raar en krampachtig, en het wrikt.

Wat je wel kunt doen:
- let vooral in langere teksten op dat je niet alleen maar kijkt, in beeld brengt en visies ontwikkelt maar dat je bijvoorbeeld ook problemen bij de kop pakt, voelt wat er speelt, hoort wat de tegenargumenten zijn, of nieuwe kansen ruikt.
- als andere, specifieke, zintuigen niet goed werken, varieer dan met bredere woorden: ontdekken, onderzoeken, waarnemen, bespeuren, opletten, herkennen, merken, opvangen, beseffen, ondervinden, beoordelen... wie roept er meer?

Maak ook van deze tip geen harnas. Maar wees alert op je eigen stijl, en wees je bewust van je keuzes.


Ben je ondernemer of professional met een goed idee voor een boek? Mijn bedrijf Uitgeverij Réunion biedt daarbij service op maat. Lees wat andere ondernemers zeggen over onze redactie en schrijfcoaching.


maandag 22 april 2013

Drie soorten kritiek op je werk (en wat je daarmee kunt)

"Méér kudos voor iedereen die iets maakt, hoe feilbaar ook, dan voor de beste stuurlui aan wal," schreef ik in een eerder blog. En daar sta ik voor 100 procent achter.

Dit weekend zette de vloedgolf aan kritiek op het Koningslied, en de daaropvolgende tegengolf van kritiek op de kritiek, me flink aan het denken over mijn statement.

Want waar was ik in dit geval, met mijn kudos? Meer kudos voor de tekstschrijvers van dit lied, met zijn legendarische 'de dag die je wist dat zou komen' dan voor iedereen die daar de vloer mee aanveegde? Ehm ...

Dus ja, ik dacht nogal na over kritiek, respect en mijn kudos. Soms vind ik kritiek heel erg goed en nodig. Soms werkt het ook op mijn humeur als nagels over een schoolbord. And I couldn't help but wonder: wanneer is kritiek OK?

Iedereen die iets maakt, kan kritiek verwachten. Sterker nog: je móet kritiek verwachten. Als je een boek schrijft en je wilt alléén maar lof, dan by all means, print en kopieer vooral drie exemplaren voor je moeder, je oma en je partner, maar breng het niet in de wereld.

Kritiek moet, kritiek is goed.

Want wie schrijft voor iedereen, schrijft voor niemand; je kunt jouw lezer alleen raken als je ook echt voor hem of haar durft te kiezen. Dat betekent dat je anderen misschien niet in diezelfde mate raakt, boeit, meesleept, overtuigt, betovert of wat ook je doel maar mag zijn.

Dat is één. Twee, is natuurlijk: goede kritiek kan je werk alleen maar beter maken, verdiepen, versterken. Met de nadruk op 'goede', en de klemtoon op 'kan'. Want kritiek zelf doet nog niets. Alleen jij kunt met kritiek iets doen.

Betekent dit dat je je elke shitstorm moet laten welgevallen? Of dat je elke opinie van iedereen blindelings voor waar moet aannemen? Nee, natuurlijk niet.

Toen ik erover nadacht, kwam ik tot drie soorten kritiek, die je kunt verwachten als je iets (een boek, lied, beeldhouwwerk, dans, you name it) maakt. En je hoeft niet met alle drie hetzelfde te doen.

1. De mening
Iedereen heeft een mening, iedereen mag een mening hebben en alle meningen zijn prima. "Nog nooit zo'n slecht lied gehoord", "Wat een fantastisch schilderij" en "Dit boek veranderde mijn leven" zijn gewoon meningen. Valt niet over te twisten. Een mening is puur persoonlijk.
Als iemand jou, de trotse maker, zijn of haar mening geeft over jouw werk, kun je dat alleen maar aannemen. "Dank je wel voor je mening." (Dit hoeft niet te betekenen dat je het ermee eens bent. Het betekent alleen dat je er niet winnend over kunt discussiëren.)
Sommige meningen lijken wel onderbouwd ("Ik vind dit lied nogal saai, het is zo langzaam") maar het zijn nog steeds meningen. Want kijk, de volgende zegt: "Wat een spannende opbouw, met dat trage tempo!"
Smaken verschillen. Vier dat. Wees daar blij mee.
Anders had de wereld genoeg aan één schrijver, één zanger en één regisseur.

2. De open deur
Mijn allergiezone, full force. Kenmerk van opendeurenreacties is dat ze jou vertellen hoe het resultaat had moeten zijn - maar zonder enige concrete aanwijzing over hóe dat dan had gemoeten. Dit is de categorie "Wat een prutser, die penalty had er gewoon ingemoeten", "Bedrijven moeten flexibel inspelen op veranderende klantbehoeftes" en "Ze moeten gewoon zorgen dat ze de wissels ontdooien en de treinen laten rijden #fail".
Schrijvers kunnen zo bijvoorbeeld het advies krijgen om "een succesvolle serie te schrijven", "hun boek bij DWDD te gaan presenteren", of "gewoon een nieuw business model te verzinnen" als de markt krimpt door gratis ebooks.
Waarom het mij zo irriteert, geen idee. En boos worden is ook eigenlijk helemaal niet nodig. Een eenvoudig, belangstellend: "Wat een goed idee. En hoe zou jij dat aanpakken?" volstaat meestal. Volgt er een nuttige tip: winst. Volgt er een stilzwijgen: ook winst.

3. Goede kritiek, zelfs als-ie slecht is
Ik weet weinig van voetbal (al ken ik de buitenspelregel - sort of). Toen ik eens een jonge speler een penalty zag missen doordat hij de bal hoog over schoot, vond ik dat natuurlijk net zo jammer als alle supporters, alle ploeggenoten en de speler zelf. Die had erin gemoeten!!
Maar de coach nam hem later even rustig terzijde en zei: "Als je volgende keer iets meer naar voren leunt, gaat die bal niet zo hoog."
Ik was onder de indruk. Dát is hoe het moet, dacht ik.
Echte, goede kritiek geeft jou een keuze. Vertelt je wat er is, en hoe het anders kan.
Als je dit anders doet, verandert dat.
Goede kritiek is niet altijd leuk. Goede kritiek is wel altijd goed, ook als hij slecht is.
Omdat jij een nieuwe keuze hebt gekregen.

------------

Wil jij beter leren voetballen, of betere liedjes schrijven, dan kan ik je helaas niet helpen. Maar ben jij ondernemer of professional met een goed idee voor een boek? Dan kan ik je gegarandeerd nieuwe keuzes en mogelijkheden geven.
Neem contact op voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek!






dinsdag 26 maart 2013

Wie zíjn al die mensen? Over proeflezers, redacteuren en correctoren

Bij het schrijfproces zelf kunnen er drie mensen met je meewerken: redacteuren, correctoren en proeflezers. Wie zijn al die mensen, wat doen ze en heb je ze nou echt allemaal nodig als je in eigen beheer uitgeeft?

Correctoren
De corrector komt helemaal aan het einde van het schrijfproces in actie en vlooit dan je hele boek nog eens na op spelfouten, grammaticale hiks, typo's en andere onrechtmatigheidjes. Doe dit vooral niet zelf, ook niet als je gepromoveerd neerlandicus bent. Zelfs de beste schrijver raakt een beetje bedrijfsblind voor zijn eigen tekst en de kapper knipt ook niet zijn eigen haren. Doe je lezers plezier met een smetteloos boek; zorg voor een goede correctieronde. (Correctoren controleren overigens geen feiten: daar moet je fact checkers of andere inhoudelijk adviseurs voor hebben.)

Redacteuren
Een corrector haalt de fouten uit je boek, een (goede) redacteur maakt je boek beter. Een redacteur kan vanaf het allereerste begin met je meedenken. Over de invalshoek, de structuur, de stijl, welke aspecten van je onderwerp je wel en niet behandelt, voor welke lezers je wel schrijft en voor wie niet. Later leest hij mee met de volgende rondes van je manuscript en hij kan je dan goede feedback geven in alle fases. Zo krijg je steeds tips en adviezen om je verhaal op de beste manier voor het voetlicht te brengen en de lezer echt te pakken.
Bij veel (grotere) uitgevers zijn deze functies gescheiden: in het eerste stadium denkt de uitgever of de fondsredacteur met je mee over de grote lijnen; in een latere fase is je tekst in de zorgzame handen van een professionele bureauredacteur.

Proeflezers
The proof of the pudding. Proeflezers zijn een paar vertrouwde mensen uit je omgeving die jouw boek gaan lezen zoals straks de 'echte' lezers dat ook doen. Onbevangen, vanuit interesse voor jouw onderwerp. (Vraag daarom bij voorkeur ook mensen die jouw boek ook zouden kopen als ze jou niet kenden. Laat dus je thriller lezen aan een paar vriendinnen die dol zijn op spannende boeken; geef je salesboek aan een verkoper en je boek met sollicitatietips aan een werkzoekende.)

Proeflezers kunnen je waardevolle feedback geven over de manier waarop een lezer je boek ervaart. Maar er zijn een paar valkuilen:
1. Proeflezers staan vaak bij voorbaat al anders, en vaak positiever, tegenover je boek - omdat ze je kennen. (Dit effect kun je makkelijk zelf testen en voelen. De eerstvolgende keer dat je een behoorlijk slecht nummer hoort op de radio, doe dan eens net of het een vriend is die je daar hoort zingen op 3FM. Serieus, probeer het. Merk je hoe je oordeel verandert?) Ook al vraag je ze om heus, echt, supereerlijk te zijn, dit effect krijg je niet gauw weg.
2. Als ze je boek dan toch niet op álle punten denderend vinden, willen ze je dat liever niet ronduit zeggen. Ze vinden je namelijk te aardig om te kwetsen (omdat ze bijvoorbeeld je moeder zijn). En ook als ze je minder aardig zouden vinden, dan zullen ze er toch nog belang aan hechten de relatie goed te houden (denk: collega's, zakenrelaties).

Handig is daarom om je proeflezers niet te vragen: 'Nou, wat vond je ervan?', maar om ze vooraf, bij je manuscript, een kort lijstje met gerichte vragen te geven. Bijvoorbeeld: Wil je een plusje zetten bij de alinea's die je heel goed vond? Wil je een minnetje zetten bij drie stukken waar je wat meer moeite had je aandacht erbij te houden? Waarover had je graag wat meer willen lezen? Wat vond je te veel?

Maar helaas stuit je nog steeds op valkuil drie:
3. Als proeflezers heldere kritiek geven, leer je wel wat ze vinden, maar niet hoe je dat oplost. Waarom is een hoofdstuk saai? Hoe verander je je stijl als je lezers die 'een beetje formeel' vinden? Hoe doseer je je informatie beter, als je lezers je 'hier niet zo duidelijk' vonden? Gasten in een restaurant kunnen je wel vertellen dat het vlees taai is, maar alleen een ervaren kok kan je vertellen hoeveel minuten je het op welke temperatuur in welke olie had moeten bakken. (Of is het braden? I rest my case.)

Gebruik de kracht van alle drie
Goede proeflezers geven waardevolle feedback, en een vlekkeloze correctie is de finishing touch. Maar een goede redacteur kan je laten zien hoe je jouw verhaal beter, pakkender, overtuigender maakt. En hoe je makkelijker, sneller en met meer plezier je boek schrijft. Think about it.
Omdat je boek het waard is.

PS - Belangrijk is natuurlijk dat je de redacteur vindt die het beste past bij jou en bij jouw boek. Daarover een volgend blog. Ben je ondernemer met een idee voor een managementboek? Lees dan hier wat Uitgeverij Réunion voor je kan doen.

maandag 4 maart 2013

Gelezen: De schrijfbijbel

Vorige week verscheen De schrijfbijbel, een initiatief van TenPages.com. Via dit crowdfunding-platform voor boeken werd al menig boek succesvol gepubliceerd (ik heb een van de eerste successen, het hilarisch scherpe Zo Zuidas, in een ruk uitgelezen). Met De schrijfbijbel publiceert TenPages nu een boek vol prima tips en adviezen over schrijven, met een goede inkijk in het werk van redacteuren.

De ondertitel, 'de beste redacteuren van Nederland over het schrijven van een goed boek', krijgt van mij meteen al een stevige plus omdat die de nadruk legt op 'goed boek', en geen ronkende beloftes doet over 'bestsellers'. Een goed boek, dat is waar je naar kunt en moet streven als schrijver: jouw verhaal op de best mogelijke manier vertellen. De rest is aan de lezers.

En adviezen over het schrijven van een goed boek, die krijg je in De schrijfbijbel bij tientallen. Redacteuren van (onder veel meer) Prometheus, The House of Books, Atlas Contact en Nijgh & Van Ditmar, delen hun kennis en ervaring op alle gebieden van het eerste idee voor een boek tot en met de laatste puntjes op de i tijdens het persklaar maken. Er is ook aandacht voor non-fictie, maar de meeste nadruk ligt op het schrijven van fictie.


Er komen veel onderwerpen aan bod (van bijvoorbeeld planning en proposals, tot narratief, plot, personages en omgeving, tot het uitgeefproces en alternatieve uitgeefvormen), en toch is De schrijfbijbel geen 'how to'-boek dat je van A to Z een stappenplan geeft. (En maar goed ook, want schrijven is geen paint by numbers waarin je alleen maar de juiste vakjes de juiste kleur moet geven en hop, je creatie is daar.)

Veel meer vond ik het een boek alsof je een serie koffie-afspraken hebt met een keur aan door de wol geverfde redacteuren die (en dat springt in elke bijdrage direct in het oog) met liefde voor schrijvers, boeken en uitgeven over hun vak vertellen. Naast hun tips en adviezen zijn er ook schrijfoefeningen waar je je voordeel mee kunt doen. Leuk (en handig) vond ik ook de speciale aandacht voor aparte genres als kinderboeken, thrillers, liefdesromans, en de eisen die het schrijven van een serie stelt.

Aanrader voor alle schrijvers die willen weten hoe ze hun verhaal (nog) beter kunnen vertellen.

Voor wie het wil bestellen, dat kan hier bij Eburon

en de links naar Bol:

vrijdag 1 februari 2013

Last van herherherhaling? Verander van onderwerp

Te veel herhaling van één woord kan de vaart (en in elk geval de sjeu) flink uit je verhaal halen.
Soms doemen er in je tekst ineens alinea's op zoals de volgende, waarin de schrijver wat feitelijke info wilde delen over een vakantiebestemming:
"Dit prachtige huis ligt op een heuvel en kijkt uit over de stad. Het huis heeft een grote woonkamer, twee badkamers en zes slaapkamers. In het huis bevinden zich verder een ruime keuken, een inpandig zwembad en een tv-kamer. Een grote tuin omgeeft het hele huis."
Hier stuit je op een bekend probleem: hinderlijke herhaling. Elke zin moet wat vertellen over het huis, maar vier keer 'huis' achter elkaar is.., nou, veel. Hoe los je dit op?

De strakke benadering: weglaten en/of korte verwijswoorden gebruiken
Het woord na de eerste keer weglaten en vervangen door korte verwijswoorden, is vaak een snelle en efficiënte oplossing. "Dit prachtige huis ligt op een heuvel en kijkt uit over de stad. Het heeft een grote woonkamer, twee badkamers en zes slaapkamers. Binnen bevinden zich verder een ruime keuken, een inpandig zwembad en een tv-kamer. Een grote tuin omgeeft het helemaal."
Strak, helder en duidelijk. In zakelijke teksten (denk beleidsnota's) kan het een voldoende goede oplossing zijn.
Maar misschien is het ook wel... een tikkeltje saai.

De barokke aanpak: synoniemen gebruiken
Gebruik waar het kan, andere woorden voor huis, en denk ruim: woning, historisch pand, vakantieparadijsje, gebouw, droomhuis, villa... Dit kan heel goed werken, omdat je met een ander woord een ander accent legt, zonder het expliciet te noemen. In het voorbeeld:
"Dit prachtige huis ligt op een heuvel. De villa heeft een grote woonkamer, twee badkamers en zes slaapkamers." Mm, een prachtig huis, zelfs een villa, je lezer dagdroomt al weg.

Maar pas op, want te veel ervan wordt overdadig, onduidelijk, irritant of alledrie. Ook al zijn het synoniemen, je lezer heeft bij elk woord een eigen associatie. Een keertje schakelen (van huis naar villa) is prima, als het iets toevoegt. Doe je het te vaak, dan blijft het beeld voor de lezer maar verspringen. Zie bijvoorbeeld:
"Dit prachtige huis ligt op een heuvel en kijkt uit over de stad. De villa heeft een grote woonkamer, twee badkamers en zes slaapkamers. In het historische pand bevinden zich verder een ruime keuken, een inpandig zwembad en een tv-kamer. Een grote tuin omgeeft het hele geelgepleisterde gebouw."

De veilige middenweg
Je kunt als middenweg de strakke en de barokke benadering mixen. In de ene zin laat je het woord weg, in de volgende vervang je het door 'villa':
"Dit prachtige huis ligt op een heuvel en kijkt uit over de stad. Het heeft een grote woonkamer, twee badkamers en zes slaapkamers. In de villa bevinden zich verder een ruime keuken, een inpandig zwembad en een tv-kamer. Een grote tuin omgeeft het helemaal."
Met deze mix houd je de tekst zowel (redelijk) levendig als helder.

De beste oplossing: verander van onderwerp
Ideaal is om het hele probleem te voorkomen. Als je een aaneenschakeling van zinnen ziet die hetzelfde onderwerp hebben, pak het probleem dan bij de wortel aan. Verander van onderwerp, letterlijk. Hieronder zie je wat er dan gebeurt:
"Dit prachtige huis ligt op een heuvel en kijkt uit over de stad. Zodra u de statige hal doorloopt, vindt u beneden een grote woonkamer. Op de tweede verdieping, boven aan de brede trap, liggen twee badkamers en zes slaapkamers. Een ruime keuken, een inpandig zwembad en een tv-kamer vervolmaken het comfort. In de grote, omliggende tuin geniet u van een heerlijke zomer."
Doordat je als onderwerp van de zin niet steeds 'het huis' kiest, krijg je veel meer speelruimte.

Natuurlijk is hier méér gebeurd dan alleen van onderwerp veranderen: de tekst spreekt de lezer rechtstreeks aan ('u'); een statige hal en een brede trap maken hun opwachting. Je zult merken dat dit als vanzelf voortvloeit uit de ruimte die je jezelf gegeven hebt door van onderwerp te veranderen.
Je bedenkt dan namelijk niet meer hoe je 'feiten over het huis' wilt presenteren, maar je zoekt naar andere ervaringen, andere belevenissen en andere manieren van kijken.

Meer schrijftips?
Als je van plan bent een boek te schrijven, kun je in elke fase tegen vragen aanlopen: vanaf de allereerste opzet en het denken over een titel tot het schaven en vijlen aan de laatste zinnen. Omdat je zelf zo betrokken bent bij jouw verhaal, is het vaak moeilijk te zien wat er anders kan (en hoe). Een ervaren redacteur kan je snel en op een positieve manier laten zien hoe je jouw tekst verder kunt versterken. Dat bespaart jou veel tijd en energie, en komt je boek ten goede.

Ben je ondernemer of professional en wil je echt aan de slag met je eigen boek? Misschien is onze schrijfcoaching dan iets  dan iets voor jou. Of lees wat deze ondernemers daarover vinden.


dinsdag 29 januari 2013

De beste tip om je boek te schrijven - en de moeilijkste

Een miljoen Nederlanders wil ooit nog eens een boek schrijven, schijnt het.
Maar voor velen blijft het alleen maar bij een droom. Omdat ze één geheim ofwel niet kennen, ofwel niet toepassen.

En speciaal voor jou, verklap ik je de beste tip waarmee ook jij je boek kunt schrijven, en die andere negenhonderdduizendnogwat dromers achter je kunt laten. Dit is 'm:

Zitten, en doen.
Ja, zo makkelijk klinkt het. Gewoon gaan zitten, en doen.

Maar tegelijkertijd is 'zitten en doen' in de praktijk ook heel erg moeilijk.
(Anders hadden die andere negenhonderdduizendnogwat het nu ook al af).
Een boek schrijven is zo moeilijk omdat je, bijvoorbeeld:
- niet zeker weet waarom, voor wie, en wat je wilt schrijven
- gewoon geen tijd hebt om te gaan 'zitten en doen'
- geen inspiratie hebt als je dan toch een keer met veel moeite tijd hebt kunnen vrijmaken
- je verhaal, hoe hard je ook nadenkt, nooit zo goed lijkt te kunnen verwoorden als jij het in je hoofd hebt
- soms wel een stuk schrijft, maar dan weer verlamd raakt door twijfel of het wel goed genoeg is...

Omdat je, kortom, vanuit het niets een heel boek moet scheppen, en alles uit het diepste van jezelf moet halen. Zin voor zin en woord voor woord. Dat vergt veel van je - in tijd, energie, inzet.
Je moet dus allereerst voor jezelf beslissen of een boek schrijven wel is wat je echt kunt en wilt doen. Ik kan dat niet genoeg benadrukken en schreef dit er al eerder over.

Het goede nieuws is dat jij je boek kunt schrijven, als dat is wat je echt wilt, en dat je al deze hobbels kunt nemen. Je kunt dat doen met goede oude wilskracht en discipline, natuurlijk. Maar dat alleen is niet genoeg.

Met discipline doe je het werk, maar het werk blijft zwaar.
En dat is jammer, want schrijven kan - ook - fantastisch zijn. Wat echt helpt, is weten hóe je die hobbels neemt.

Als je weet hóe, wordt jouw werk lichter, inspirerender, makkelijker. En beter.
Hoe beslis je of je dat wel kunt en moet doen, een boek schrijven? Hoe ga je goed van start? Hoe doorbreek je je writer's block? Hoe weet je of het goed genoeg is wat je schrijft? Als het niet goed genoeg is, hoe maak je het dan beter?
Hoe overwin je de twijfel, hoe schrijf je ook als je geen inspiratie voelt, hoe bouw je je boek op en hoe schrijf je zo dat je lezers je boek niet meer willen wegleggen?
Als je de antwoorden hebt, heb je de sleutel naar je eigen boek in handen.

Een aantal van mijn tips en adviezen deel ik op dit blog al met je. (Wil je een van de vragen hierboven in het bijzonder beantwoord zien ? Reageer dan hieronder, en wie weet kan ik op jouw vraag als eerste reageren.) Of kijk eerst eens bij mijn eerdere blogs, bijvoorbeeld:
- Moet het wel een boek zijn?
- Ondernemer met een writer's block? Neem een goede aanloop
- Maak je tekst sprankelender in twee simpele stappen

Ben je ondernemer of professional en wil je echt aan de slag met je eigen boek? Misschien is onze schrijfcoaching dan iets dan iets voor jou, net als voor deze ondernemers.









vrijdag 25 januari 2013

Maak je tekst sprankelender in twee simpele stappen

Als je actieve zinnen gebruikt, maak je je teksten levendiger en pakkender.
Veel mensen weten dat, en zullen niet snel een zin schrijven als: "Het succes van dit jurkje wordt verklaard door de trend dat vrouwen kiezen voor kleding die zowel op het werk als privé kan worden gedragen."
Passieve zinnen actief maken is een goede en snelle eerste stap op weg naar een boeiender tekst.

Maar wat vind je van de vernieuwde zin?
Laten we de wordt's eens schrappen en vervangen: "De trend dat vrouwen kiezen voor kleding die ze zowel op het werk als privé kunnen dragen, verklaart het succes van dit jurkje."

Een prima actieve zin. Toch? Ja, en toch.
Er is niets mis met deze zin. Maar je kunt hem heel makkelijk nog meer tot de verbeelding van je lezer laten spreken. En dat ga je vanzelf doen, als je één ding onthoudt.

Mensen houden van verhalen.
En we houden vooral van verhalen over mensen. (Ja, dat geldt óók in managementboeken en beleidsnota's.) We willen lezen over wat andere mensen doen, voelen en kiezen; over wat ze willen, dromen, of nastreven.

Het onderwerp van je zin, dat is waar de actie vandaan komt. Het is de aanjager, de hoofdrol, het personage dat de lezer moet bezighouden. Geef daarom, waar het even kan, de hoofdrol in je zinnen aan een mens van vlees en bloed. De vernieuwde zin hierboven is weliswaar actief, maar het onderwerp is 'de trend'. En we lezen liever over - mensen.

Je kunt deze wetenschap in een handomdraai toepassen:
"Vrouwen kiezen steeds vaker voor kleding die ze zowel op het werk als privé kunnen dragen. Daarom zijn ze dol op dit jurkje".

Dol op dit jurkje?
Ja, die rolde er spontaan uit toen ik 'de trend verklaart het succes van dit jurkje' herschreef onder mijn motto 'kies een persoon bij de persoonsvorm'. Zodra je kiest voor mensen in de hoofdrol, zul je, als vanzelf, ook andere zinsdelen levendiger beschrijven. Want trends zijn en verklaren, maar mensen voelen, beleven, bedenken en dromen.

Het mooie is bovendien dat je je woorden zo gaat kiezen dat ze precies bij je lezers passen.
"De trend is...", dat kun je tegen iedereen zeggen. Maar met mensen in de hoofdrol moet je kleur bekennen. "Daarom zijn wij dol op dit jurkje," schrijf je voor een groot vrouwenblad. "Vrouwen geven daarom graag honderdtachtig euro uit voor dit jurkje," zet je in een marketingrapport.

Nuance tot slot: maak van een tip geen harnas. Dat doe ik zelf ook niet, zoals je in dit blog kunt zien ;-).


PS - Als jij ondernemer of professional bent, en droomt van je eigen businessboek: misschien zijn onze trainingsmiddagen, schrijfcoaching en manuscriptbeoordeling dan iets voor jou!

vrijdag 31 augustus 2012

De favoriete boeken van Ine Willems (1)

Vorig jaar ging ik helemaal kopje onder in Hilary Mantels geweldige Wolf Hall. Ine Willems, die het boek fenomenaal vertaalde, verzorgde ook de vertaling van opvolger Bring up the Bodies, begin oktober in de boekhandel als Het Boek Henry. Ik lees veel en graag in het Engels, en het is voor het eerst in mijn leven dat ik heb gewacht op de vertaling van een boek dat ik zó graag wil lezen. In Mantels stijl telt elk woord, elk detail, elke nuance, en ik weet dat ik daar met Willems' vertaling pas echt ten volle in kan delen.
Kortom, ik ben behoorlijk trots en happy dat Ine Willems hier haar favoriete boeken wil delen. Ze is in eigen woorden "professioneel escapist ofwel literatuurwetenschapper behept met een onverzadigbare hang naar verhalen en vertalen", in mijn woorden een briljante vertaalster en voor wie meer wil weten, is zij hier te vinden op LinkedIn.

Ine Willems: "Mijn hart ligt bij fictie. En binnen fictie bij de rasvertellers, de mensen met verhalen die je zo meezuigen dat je al blauw ziet voordat je bedenkt dat je af en toe ook gewoon adem zou kunnen halen. En vanaf dat punt schiet mijn smaak alle kanten op: van jeugd naar volwassen, van het ene continent naar het andere, van klassieke satiren, middeleeuwse mirakelspelen, romantische gothic novels en sentimentalisten tot en met hedendaagse fantasy, thrillers en scherpzinnig mooie romans, historisch of hedendaags."

"Er is maar één genre waar ik een uitgesproken hekel aan heb. En dat komt omdat het niets meer te maken lijkt te hebben met verhalen vertellen en alles met navelstaren: het existentialisme. Het heeft een woekerzuchtig Nederlands broertje, dat ik dan maar polderiek navelstaren zal noemen: wie ben ik, wat doe ik hier op aard, had ik het woord neuken al genoemd en waar-o-waar is toch mijn vader.
Drie tot zeven boektitels… kiezen is niet mijn sterkste punt, maar ik zal mijn best doen."

1. The Cornucopia: Being a Kitchen Entertainment and Cookbook, van Judith Herman & Marguerite Shalett Herman
“Good reading and good cookery from more than 500 years of recipes, food lore, etc. As conceived and expounded by the great chefs & gourmets of the old and new worlds between the years 1390 and 1899.”
Dat wordt nummer één, waarmee ik prompt mijn allereerste stelling (fictie en niets dan fictie) onderuithaal. Hoewel. Helemaal non-fictie is het niet. Door alle anekdotes en spellen en raadsels heb je het gevoel dat je in de hoge middeleeuwen bij een vrouw des huizes in de keuken aan tafel zit met een kop thee, terwijl zij met verhit gezicht en opgestroopte mouwen deeg staat te kneden en je de laatste roddels vertelt.

Bij wijze van proefje:
As I was walking in a field of wheat
I picked up something good to eat
Neither fish, flesh, fowl, nor bone
I kept it till it ran alone

1792


To Make a Tarte of Prunes: Take prunes and set them upon a chafer with a little red wine and put thereto a manshet and let them boil together. Then draw them through a strainer with the yolks of four eggs and season it up with sugar and so bake it.
(A Proper newe Booke of Cokerye, ca 1548-1572)

Ik vraag me nog altijd af wat in vredesnaam een ‘manshet’ is, manchet klinkt ongeloofwaardig. Maar de taart smaakt uitstekend.
[Update Marieke Hoogwout 1/09/12: via Twitter gaf Hans Schoolenberg de verklaring - 'manchet' komt in de Elizabethaanse keuken voor als een groot brood van tarwebloem]

2. Possession, a Romance van A.S. Byatt
In het Nederlands verschenen als Obsessie in de vertaling van Gerda Baardman en Marian Lameris.
Over de geheime (buitenechtelijke) liefde voor een dichteres van een dichter uit de Victoriaanse tijd, die juist bekendstond om zijn huwelijkstrouw, en over de literatuurwetenschapper die wetenschappelijk onderzoek naar hem doet in opdracht van een professor die graag zelf alle eer opstrijkt. De wetenschapper stuit in een vergeten dichtbundel op kladjes van een liefdesbrief en weet dat hij goud in handen heeft: alles wat tot nu toe over de dichter bekend is, komt op losse schroeven en in een ander daglicht te staan. Zijn gedichten moeten geherinterpreteerd. Zijn biografie herschreven. Hij besluit de liefdesbrief niet aan zijn meerdere te geven, die als een spin in zijn web de vondsten van zijn assistenten afwacht, maar zelf op onderzoek uit te gaan. De (liefdes)geschiedenis in het verleden krijgt een parallel in het heden. Het boek is verfilmd, maar door een fletse Gwyneth Paltrow werd het prachtige acteerwerk van Jennifer Ehle en anderen afgebroken.

Van dit werk noem ik zowel de Engelse als de Nederlandse titel, omdat ik het eerst in het Engels heb gelezen. En dat kwam omdat ik zo arrogant was om te vinden dat een vertaling per definitie ‘minder’ was dan ‘het origineel’. Nu was ik destijds 19, hopelijk geldt dat als verzachtende omstandigheid. Een paar maanden daarna kreeg ik de Nederlandse vertaling cadeau en omdat je een gegeven paard niet in de bek kijkt, heb ik die gelezen. Nee, in één ruk uitgelezen: zo’n mooi taalgebruik en de sfeer zo verschrikkelijk goed getroffen! Af en toe hield ik er nieuwsgierig de brontekst bij; niet te geloven, zo grandioos als de vertaalsters dit verhaal hadden weten te vatten. Er werd een tweelingpassie geboren en zoals dat met kinderen gaat, zijn ze sindsdien niet meer weg te denken: het verhaal maakte de liefde voor de literatuurwetenschap los en de vertaling de liefde voor het literair vertalen. Inmiddels weet ik dat een vertaling niet zozeer (niet per se) ‘minder’ is als wel ‘anders’ dan een brontekst. Sterker nog, een vertaling kan zelfs beter zijn dan de brontekst, al mag dat eigenlijk niet en hoor je als vertaler je auteur op de voet te volgen. Maar dat is een ander verhaal.

3. Oryx and Crake, van Margaret Atwood
Tja. Ik had hier ook The Handmaid’s Tale kunnen zetten of Alias Grace of The Blind Assasin. Eigenlijk de meeste titels van Margaret Atwood wel, allemaal zijn ze mooi en duister en gruwelijk spannend, allemaal zetten ze aan tot denken en van allemaal is het taalgebruik zo fijntjes en secuur dat je zou gaan twijfelen of je nu echt zo’n bruut verhaal aan het lezen bent.



Volgende week de nummers 4 t/m 7 van Ine's keuze

Meer lezen over Het Boek Henry bij Bol:


De favoriete boeken van Nicole Vroomans
De favoriete boeken van Francine Plaisier
De favoriete boeken van Jolanda Jongepier
De favoriete boeken van Stefanie Hoogland
De favoriete boeken van Mieke van Stigt
De favoriete boeken van Nicolette Loonen
De favoriete boeken van Susan Aretz
De favoriete boeken van Bianca den Outer
De favoriete boeken van Manoli Martin

woensdag 18 april 2012

Is het arrogant - of bescheiden om in de spotlights te durven staan?

Toen ik in de twintig was, wilde ik eigenlijk al best graag boeken schrijven. Maar ik deed het niet. Ik vond dat ik nog niet genoeg wist. Ik was gepast bescheiden, vond ik.

Een kennis die ik helemaal niet opvallend goed vond in haar vak, deed het wel. Ze verzamelde een aantal experts, schreef een aantal hoofdstukken over het vakgebied, vroeg de deskundigen er ook een paar te schrijven, en publiceerde een boek. Dat de volgende tien jaar steevast bovenaan de lijstjes 'verplichte literatuur' op het vakgebied stond.

Ik vond het zó arrogant. Hoe kon iemand die ik heus niet zo goed vond, nou denken dat zij hét handboek voor het vakgebied kon maken? Dan kon iedereen dat wel. Dat zij dacht dat zij daar wel even goed genoeg voor was, tssssk, terwijl er dus wel héél veel mensen waren die dat ook of wel beter zouden kunnen. Maar die waren allemaal, net als ik, te bescheiden om het te schrijven.

Nu, heel wat jaren en ervaring rijker, krijg ik rode wangen van schaamte over mijn oordeel van toen. Want let's face it: vinden dat je zelf eigenlijk een véél beter boek had kunnen schrijven, als je maar niet zo bescheiden was? Yeah, right. Bescheiden was het láátste wat ik was. (Merk ook op dat ik blijkbaar vond dat ik kon beoordelen wie er 'goed' was in dat vak.)

Zij daarentegen maakte zich niet te veel druk om zichzelf, ging aan de slag, verzamelde de informatie, schreef het boek, en voorzag tien jaar lang in een blijkbaar flink gevoeld gat in de markt.
Ik begin te geloven dat het omgekeerd is. Je moet niet arrogant zijn om in de spotlights te willen staan, je moet bescheiden genoeg zijn.

Je moet bescheiden genoeg zijn om met hart en ziel iets te maken of te doen en het aan de wereld te durven laten zien, in de volle wetenschap dat het niet perfect is. Omdat perfectie niet bestaat. Omdat iedereen er iets anders van zal vinden. Omdat er altijd mensen kritisch naar je zullen kijken en omdat er altijd 'bescheiden mensen' zoals ik was, zullen zijn die je arrogant vinden.

Zoals Marianne Williamson zegt in haar beroemde en veel gequote gedicht: "Your playing small does not serve the world." Bescheiden in een hoekje zitten helpt de wereld niet. Je nek uitsteken en iets maken, wél.

Méér kudos voor iedereen die iets maakt, hoe feilbaar ook, dan voor de beste stuurlui aan wal.

Wat vind jij? Is het arrogant om het podium te nemen en de schijnwerpers te zoeken? Is het bescheiden? Of alles ertussen in? En wat doe jij zelf?

dinsdag 24 januari 2012

Wat je ook als blogger kunt leren van een scenarioschrijver

Voor mijn lol heb ik dit weekend Schrijven voor film, toneel en televisie gelezen. Niet omdat ik een nieuwe carrièreswitch naar scenarioschrijfster overweeg (hoewel het altijd fijn is om te dromen).

Wel omdat het gaat over het uit het niets scheppen van een wereld die zo grijpend en overtuigend moet zijn dat mensen willen blíjven kijken, en luisteren, en meeleven en voelen en geloven. Dat fascineert me, als lezer, als uitgever en als (tekst)schrijver.

Ook voor bloggers
Theatermaker en succesvol scenarioschrijver Ger Beukenkamp richt zich met zijn boek tot de (beginnende) scenarioschrijver, maar naar mijn idee kan iedere schrijver er iets nieuws uit oppikken, of je nu blogs schrijft of vuistdikke romans of vette reclameteksten. Hoe bouw je spanning op? Hoe zorg je dat de kijker/lezer zijn aandacht wíl blijven houden bij je werk? Hoe schrijf je goede dialogen? Hoe zet je voorkennis en verwachting, suspense, verrassing in? En wat is trouwens een 'goede' verrassing en wat een 'slechte'?

Ken je 'goede' en je 'slechte' verrassingen
In mijn werk draait het vaak vooral om tekst en taal, en hoewel dat in drama van relatief minder belang is volgens Beukenkamp ('structuur gaat voor de woorden uit'), heb ik juist daarin het meest uit het boek opgedaan. Misschien wel omdát het zo anders werkt dan in 'mijn' niche van schrijven. Over taal zegt Beukenkamp: "De woorden komen vanzelf wel als aan de drama-eigen voorwaarden is voldaan. De dialoog is een bijproduct van een goed gebouwd verhaal. De goede dialoog vloeit vanzelf wanneer dat ene karakter in die omstandigheden wordt gebracht." Dat wil echter niet zeggen dat 'taal er niet toe doet' in drama, wel dat er duidelijke criteria te formuleren zijn waaraan een goede dialoog - de GD - moet voldoen.

De kracht van wat niet gezegd wordt
Daarvan vond ik bijvoorbeeld een heel interessante de eis dat een GD 'materieel' moet zijn: "In een dialoog zijn de omweg, de metafoor en de leugen altijd beter dan de essentie. Als de personages voortdurend zouden zeggen waar het op staat - als ze daar al toe in staat zouden zijn -, zijn ze snel uitgepraat: 'Ik hou van je.' 'Ik ook van jou.'"
Juist met de omweg - de overdrijving, de leugen, de metafoor, het detail, het understatement - kan de dramaschrijver de waarheid dichter naderen dan de waarheid zelf, zegt Beukenkamp. Dat moet je weten, en omarmen, en gebruiken. En het werkt, zie je in zijn voorbeelden. Liever dan 'Ik haat je!', gebruik je 'Ik wil mijn eigen stukje zeep.' Liever dan 'De wereld is rot', zegt je personage: 'Alleen de poes begrijpt me.'

Actie is key
Ook het actie-gerichte van dialogen was een eyeopener voor me. Elke uitgesproken zin in een GD moet een aspect van conflict en van actie omvatten, een reactie bij de ander teweeg willen brengen. Dat stelt je ook voor uitdagingen als je vindt dat het publiek achtergrondinformatie nodig heeft. Er is in drama geen ruimte voor de stem van de schrijver, voor bespiegelingen, beschrijvingen en uitleg buiten de dialogen om. Ook een voice-over wordt al snel een personage op zich.
Beukenkamp laat met een voorbeeld uit een eigen scenario zien hoe je ingewikkelde informatie toch in een goede dialoog kunt overbrengen. Zijn hoofdpersoon wil zaken gaan doen in een (zowel technisch als politiek) gecompliceerde branche. De kennis die het publiek daarover moet hebben, wordt gedoseerd gegeven in een gesprek tijdens een etentje van de ondernemer met zijn bezorgde vrouw, waarbij de man een duur servet volkrabbelt, waar de vrouw op haar beurt weer over kibbelt. Alles wat hij zegt, is erop gericht om haar gerust te stellen en mee te krijgen voor zijn idee. Dat houdt de vaart en het naturel erin.

Voor de couch potato in me
Hoofdstukken over genres - comedy, drama, melodrama, tragikomedie - en over de verschillen tussen toneel, film en televisie heb ik wat sneller gelezen, en die vond ik dan weer leuk als doorsnee kijker met een bak chips op de bank. De vele voorbeelden die Beukenkamp uit zijn eigen werk voor tv en toneel haalt, geven het boek voor mij ook een lekkere vleug glamour en praktische tips mee.

Voor wie er meer over wil lezen, de link naar Bol:

vrijdag 21 januari 2011

Een meesterspreker word je zó (recensie)


Meestersprekers van Farah Nobbe en Natalie Holwerda is een heel erg leuk én goed boek, zelfs voor mensen die zich rotsvast hebben voorgenomen om never nooit meer voor een groep mensen te gaan staan (zoals ik).

Verwaarloosd terrein in Nederland
Meteen in hoofdstuk 1 kom ik mezelf al tegen, in een quote van Manfred Kets de Vries. Engelsen hebben een lange traditie, zegt hij, en Amerikanen hebben allemaal geleerd om te debatteren. Maar dan wij: "Nederlandse sprekers zijn werkelijk tragisch". Dat is geen verrassing - ik zeg twee woorden: Obama en Balkenende - maar wat wel een echte eyeopener voor me is, is het verschil in onderwijs tussen ons en andere landen. Amerikaanse debatingclubs kende ik wel, maar ik wist bijvoorbeeld niet dat Engelse schoolkinderen hele presentatieweken hebben. Vijf keer per dag presenteren van een A4-tje, bam. Kom daar hier eens om, met onze één spreekbeurt per jaar. Engelsen, Fransen, Italianen, Amerikanen, ze worden vanaf de lagere school tot en met de universiteit doorkneed in retorica en spreken in het openbaar. Ik overweeg serieus een actiegroepje op te richten.

Een gemis voor jezelf
Nederlanders zijn meer van de 'je moet wel jezelf blijven'-school. Dat mag dan positief zijn, het heeft onmiskenbare nadelen. Zoals een cliënt van de auteurs eens openhartig tegen ze zei: "Ik dacht, ik bereid het niet voor, het moet een beetje spontaan blijven. Nou, eigenlijk stond ik regelrecht voor lul." (En intussen trek ik de passende schoen aan, ik herinner me mijn laatste twee optredens - eh, maar liever helemaal niet meer). Bij meestersprekers lijkt alles wel uit de mouw geschud te worden, zeggen Holwerda en Nobbe, maar net als bij topsporters en steracteurs geldt dat hoe makkelijker het eruitziet, hoe meer werk erin zit.
Waarom is goed spreken zo belangrijk? Nou, hierom: "Spreken levert zichtbaarheid en profilering op. Het is een uitgelezen kans om ideeën te delen met grote groepen mensen. Spreken is een fantastisch middel om écht invloed uit te oefenen."

Hoe kan het dan wel?
Het goede nieuws is: je kunt het leren, al kost het inspanning, en is het oefenen, oefenen, oefenen. Holwerda en Nobbe nemen je stapsgewijs mee door het hele proces van bedenken, voorbereiden en presenteren, en ze gaan in op charisma en invloed. Ze delen hun eigen kennis en die van anderen, van de oude Grieken tot een scala van moderne meestersprekers (ja, ook veel Nederlanders, de 'bloemen in de woestijn').
Het boek is heel erg goed geschreven, en geeft een batterij aan tips over inhoud en vorm die ook voor een 'I'm a writer not a speaker' type als ik handig zijn. Het is doorspekt met levendige citaten van goede sprekers (ik heb regelmatig hardop gelachen), en sluit af met observaties van een aantal toppers op het vakgebied: wat doen ze, hoe staan ze, hoe bewegen ze? Een echte aanrader.

Voor wie er meer over wil lezen, de link naar Bol (alwaar ook inkijkexemplaar):

dinsdag 8 december 2009

Heus niet jaloers, hoor

Ik wou dat ik Paulien Cornelisse was. En dat ik Taal is zeg maar echt mijn ding had geschreven. Niet eens (nou ja, een beetje) omdat er terecht al een paar honderdduizend exemplaren van verkocht zijn, maar omdat ik zó graag zó goed zou willen kunnen observeren als zij. En ook zó zou willen kunnen schrijven, en graag ook nog eens net zo grappig. Dat alles bovendien op mijn 33e dan al, mind you.
Maar goed, als ik (44) haar boek dan niet kan schrijven, dan kan ik het nog wel lezen. Ook een feestje.

Meer info bij Bol:
Taal is zeg maar echt mijn ding
Taal is zeg maar echt mijn ding
Paulien Cornelisse

maandag 8 december 2008

Revolutie op de boekenmarkt?

In Trouw een mooi stukje over een kleine revolutie op de boekenmarkt. Beginnende schrijvers die dromen van een eigen boek, maar bij de gevestigde uitgeverijen niet binnenkomen, geven steeds vaker zelf hun boek uit via internetuitgevers.

Literair agent Paul Sebes vindt het volgens Trouw niks: er wordt vaak geen goede redactie gedaan, en auteurs hebben geen goede contacten met boekhandel en pers, waardoor het boek niet onder de aandacht komt van mogelijke lezers. En ook noemt hij de 'kneuterigheid' en de 'zweem van mislukking' die eromheen hangt.

Sebes heeft een punt. Maar mijn sympathie ging toch direct uit naar zangeres en letterkundige Mariska Reijmerink, die haar novelle Boventonen uitgaf via internetuitgeverij Free Musketeers.
Mariska Reijmerink is verbaasd over de afwijzende reacties. Want, zegt ze in het artikel:
„Ik ben meer thuis in de muziekwereld, en daar werkt het heel anders. De officiële platenmaatschappijen geven alleen maar commerciële shit uit. Echt leuke muziek verschijnt bij de kleine labels en in eigen beheer.”

Boventonen is een novelle over een zangeres uit een Nederlands amateurkoor, dat in Cornwall vierstemmige muziek uit de Renaissance instudeert. Meer over het boek lees je op hier de website van Mariska Reijmerink.

dinsdag 2 september 2008

Bloggen over je (her)start? Meld je vóór vrijdag bij Lof!



Lof!, het tijdschrift voor moeders met ambitie, organiseert op 3 oktober 2008 in Utrecht het event Klaar voor de (her)start, voor herintredende moeders en carrièreswitchers.

Onder het motto: "Vallende bladeren? Korte dagen? Nieuwe plannen!" organiseert Lof! een event dat even inspirerend als informatief belooft te worden, met praktische workshops, tips en adviezen van deskundigen en veel netwerkkansen. Kijk hier voor meer informatie en het programma.

In de weken voor het event opent Lof! al een virtuele marktplaats. De redactie zoekt daarvoor drie bloggers: een herintreedster, een moeder die net haar eigen bedrijf begonnen is en een carrièreswitcher. Iets voor jou om de komende vier weken te bloggen over jouw plannen, ambities en activiteiten? Lees er hier meer over.

Foto: C. Libert

vrijdag 8 augustus 2008

Schrijven in de wasserette

Deze week las ik Ariel Gore's How to become a famous writer before you're dead.

Goed en snel geschreven, aanstekelijk en licht anarchistisch, brengt dit boek op elke bladzij eigenlijk maar één boodschap: als je schrijver wilt worden, doe het dan gewoon. Wacht op niemands toestemming. Niet op die van je omgeving, niet van die van 'grote' uitgevers, maar doe het gewoon. Schrijf, publiceer, treed op, maak reclame voor jezelf.

Het is geen boek dat je leert hoe je moet schrijven. Het is wel een boek dat je op een spetterende manier laat zien hoe je schrijver kunt worden. Het maakt korte metten met excuses als 'ik heb geen tijd', 'daarvoor ben ik te verlegen', 'ik ben niets bijzonders'. Niks daarvan: write, and get it out there.

Voor een deel zijn de tips meer op Amerika van toepassing dan op Nederland (de literaire agenten, de zines en anthologies zijn hier minder prominent). Ook de meeste geinterviewde schrijvers zijn hier minder bekend. Als puur praktische gids is het boek dus niet één-op-één geschikt voor Nederland. Maar als je op zoek bent naar aanmoediging en steun om echt te gaan schrijven, dan is dit je boek.

Op Ariels blog vind je hoofdstuk 1, WRITE uit het boek. Aan het eind van het hoofdstuk staat het gedicht 'I Write in the Laundromat' van Marcy Sheiner, dat mij in het hart raakt.

Voor wie How to become... wil bestellen bij Bol:

donderdag 31 juli 2008

Meisjesnaam, deel 2

Onlangs schreef ik over het gebruik van 'meisjesnaam' in Vrouwen & Ambitie. De vraag die voor de liefhebbers nog open staat, is: ga ik het in de tweede druk aanpassen?

Om te beginnen heb ik de originele Amerikaanse tekst erbij genomen. Daarin gebruikt Anna Fels de term 'maiden name', het Engelse equivalent van 'meisjesnaam'. En ook het Engels kent alternatieven als 'family name', 'last name' en 'surname'; 'maiden name'is een keuze die met 'meisjesnaam' overeenkomt.

Dus nee, ik ga het niet veranderen - niet zonder overleg met de auteur. Wel ben ik benieuwd naar de mening van Anna Fels. Is het een bewuste keuze? Heeft 'maiden name' in Amerika dezelfde lading als 'meisjesnaam' hier? Wat vindt zij van de discussie?

Ik houd de taalliefhebers onder jullie op de hoogte.

zaterdag 26 juli 2008

Schrijven is een vak


Ernest Hemingway, een van de grootste Amerikaanse schrijvers van de 20e eeuw, herschreef het einde van zijn wereldberoemde A Farewell to Arms 39 keer. "To get the words right".
Schrijven is een vak. En hard werken. Talent en inspiratie kun je misschien niet leren (?), maar de basisprincipes wel. Hoe beter je thuis bent in het 'vakmanschap', hoe meer ruimte, tijd en energie je hebt voor het vertellen van jouw verhaal.

Een goede schrijvershandleiding die de basics van A tot Z bundelt, is How to write a damn good novel van de Amerikaan James N. Frey. Het is een praktisch, no-nonsense boek over de kneepjes van het vak: het creëren van personages van vlees en bloed, het belang van premisse en conflict, het schrijven van goede dialogen, het opbouwen en voortstuwen van het verhaal, het kiezen van het vertelperspectief.

Voor wie het boek van Frey bij Bol wil bestellen:

dinsdag 24 juni 2008

Hoe word ik schrijver? En hoe zoek ik een uitgever?

Zoals elke uitgeverij, ontvangt ook Uitgeverij Réunion bijna dagelijks mails en telefoontjes van mensen die een uitgever zoeken voor hun boek.
Ik lees alle mails aandachtig; en ik ben elke keer weer verbaasd over (en onder de indruk van!) de ideeën, de creativiteit, het doorzettingsvermogen, de plannen en de dromen van zoveel mensen.

Als uitgever stel ik mezelf, bij elk voorstel, vier vragen:
- vind ik het goed, ben ik er zelf enthousiast over?
- passen Réunion en dit boekvoorstel bij elkaar?
- is er nog ruimte in mijn uitgeefplanning?
- denk ik dat er voldoende mensen zijn die dit boek net zo goed vinden als ik, en het zullen willen kopen?

Om een boek uit te gaan geven, moet ik op alle vier vragen vol overtuiging 'ja' kunnen zeggen. En omdat ik een kleine uitgever ben, moet ik alleen al door vraag 3 vrijwel altijd 'nee' zeggen. Toch zou ik het liefste willen dat elk boek, elk idee zijn weg vindt!

Iedereen die schrijft en een (gepubliceerd) schrijver wil worden, kan ik het Handboek voor Schrijvers aanraden. Als je je dromen en je plannen en al je harde werk een serieuze kans wilt geven, verdiep je dan hier in alle aspecten van het vak:

Handboek voor schrijvers
Handboek voor schrijvers
M. Molhuysen & Louis Stiller